Wat is de betekenis van Exit?

2026-10-14
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Exit

(Lat.), (toneel) hij, zij treedt af; — uitgang.

2026-10-14
Op-en-top Nederlands

Frens Bakker, Els Ruijsendaal, Paul Uljé, Dick van Zijderveld (2022)

exit

(zelfstandig naamwoord) [alg.] uitgang, uit - Waar is hier...

2026-10-14
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

exit

(1991) (jeugd) uit de gratie, niet meer in de mode. 'Die jas...

2026-10-14
Klein hotelvademecum

Peter Joh .M. Zuidweg (2017)

Exit

Uit(gang).

2026-10-14
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

exit

exit - zelfstandig naamwoord uitspraak: ek-sit 1. opening...

2026-10-14
Bridge Opzoekboek

drs. Toine van Hoof (2017)

exit

exitkaart

2026-10-14
Venture capital

Venture capital begrippen omschreven

Exit

Een exit is binnen de bedrijfsvoering een plan op basis...

2026-10-14
Corporate Finance Lexicon

Boer & Croon (2007)

Exit

Exit is de mogelijkheid voor de latere (aan het eind van de...

2026-10-14
Woordenboek vreemde woorden

A. Kolsteren en Ewoud Sanders (1994)

Exit

1 [Lat., van ex-ire = weg-, uitgaan] (theat.) hij (of zij)...

2026-10-14
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks (1993)

Exit

uitgang; hij, zij treedt af (ton.)

2026-10-14
Woordenboek automatisering

Henk Biemond (1985)

Exit

Uitgang Een instructie in een programma, een programmadeel...

2026-10-14
De vreemde woorden

Fokko Bos, Dr. O. Noordenbos (1955)

Exit

hij of zij treedt af (in toneelstukken).

2026-10-14
Woordenboek Engels (EN-NL)

Dr. F.P.H. van Wely (1951)

exit

I. exit H, H (gaat) af; A exits, A „af”; II....

‘Exit’ komt ook voor in deze premiumwerken

Bekijk het volledige resultaat via het betreffende premiumwerk.