Wat is de betekenis van evident?

2019
2021-05-14
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

evident

evident - Bijvoeglijk naamwoord 1. zeer duidelijk, klaarblijkelijk, in 't oog springend Derhalve is het besluit tot ongewenstverklaring evident onjuist. Synoniemen overduidelijk, duidelijk, onweerlegbaar, natuurlijk, zonneklaar, onomstotelijk, kennelijk, klaarblijkelijk, helder, tr...

Lees verder
2018
2021-05-14
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

evident

evident - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: e-vi-dent 1. goed te horen, te zien of te lezen ♢ het is evident dat het een vergissing was Bijvoeglijk naamwoord: e-vi-dent ... is evidenter dan ... ...

Lees verder
1994
2021-05-14
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Evident

[Lat. evidens, evidentis = doorzichtig, duidelijk, van e-, z.a., en videre = zien] uit zichzelf duidelijk, klaarblijkelijk, duidelijk in het oog springend.

1993
2021-05-14
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Evident

in het oog springend

1981
2021-05-14
zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Evident

duidelijk, klaarblijkelijk.

1973
2021-05-14
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

evident

[Lat. evidens, duidelijk zichtbaar], bn. en bw. (-er, -st), uit zichzelf duidelijk, klaar in het oog springend.

1955
2021-05-14
vreemd

Vreemde woordenboek

Evident

klaarblijkelijk, zonneklaar.

1950
2021-05-14
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Evident

(<Er.), bn. bw. (-er, -st), klaar blijkend, zeer duidelijk, zonneklaar, in ’t oog springend.

1948
2021-05-14
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

evident

(Fr.) klaarblijkelijk, in t oog springend.

1925
2021-05-14
Wijsgeerige kunsttermen

Dr. C.J. Wijnaendts Francken

evident

Klaarblijkelijk, want denknoodwendig; d.i. hetgeen zonder meer duidelijk is en daarom ook niet nader behoeft te worden bewezen, aangezien het als een onbetwijfelbare en onmiddellijke waarheid zich aan ons opdringt.

1916
2021-05-14
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Evident

Evident - (v. ’t Lat. videre, zien), uit zichzelf duidelijk, klaar in het oog springend, onbetwijfelbaar zeker. Evidentie is de eigenschap van zoodanige oordeelen, die direct uit de aanschouwing volgen (zooals de wiskundige), of, minder direct, door een onweerstaanbare overtuigingskracht opgedrongen worden. Aesthetische oordeelen kunnen niet eviden...

Lees verder
1898
2021-05-14
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Evident

EVIDENT, bn. (-er, -st), blijkbaar, klaarblijkelijk, zeer duidelijk, zonneklaar.

1864
2021-05-14
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

evident

evident - bn. oogenschijnlijk, blijkbaar, zonneklaar