Wat is de betekenis van eunuch?

2019
2021-09-22
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

eunuch

eunuch - Zelfstandignaamwoord 1. gecastreerde bewaker van een harem

Lees verder
2018
2021-09-22
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

eunuch

eunuch - zelfstandig naamwoord uitspraak: eu-nuch 1. iemand die gecastreerd is ♢ de eunuch is meestal vrouwenoppasser in een harem Zelfstandig naamwoord: eu-nuch de eunuch de eunuchs...

Lees verder
1994
2021-09-22
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Eunuch

[Lat. eunuchus, van Gr. eunouchos = lett: bedbewaarder, van eunè = bed, en echein = houden, verzorgen; slaapkamerdienaar] ontmande, castraat, inz. als bewakers van de harems, aan het Byzantijnse hof als een soort kamerheren, later als toezichthouders in de serails.

1993
2021-09-22
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Eunuch

(eunuuk) haremoppasser; ontmande

1991
2021-09-22
Lesbotaal Lexicon (1991)

Lesbiaans : lexicon van de lesbotaal (1991). Geschreven door Kunst, Hanneke, en Xandra Schutte.

Eunuch

Eunuch, letterlijk gecastreerde man of ‘ontmande’ man. bij lesbiennes duidt het op e en zeker gemis. berthe was als een eunuch zo jaloers op de lichamelijke vereniging van man en vrouw. (blaman, 1948) -

1980
2021-09-22
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Eunuch

Het woord eunuch is samengesteld uit een Grieks zelfstandig naamwoord namelijk eunè dat: bed betekent en een Grieks werkwoord echein: hebben of houden. En toch is een eunuch niet iemand die het bed moet houden, maar iemand aan wie de bewaking van een bed en van haar die er in ligt, veilig kan worden toevertrouwd. Het is een woord uit het oos...

Lees verder
1973
2021-09-22
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

eunuch

[Gr. eune, bed, echo, vasthouden, beschermen], m. (-en), bedwachter, geheel of gedeeltelijk ontmande man. In het vroege christendom kwamen er vrome mannen voor die zich ontmanden om ‘voorbeeldig’ te leven, maar de kerk veroordeelde dit. Nochtans berustte de positie van eunuchen aan het Byzantijnse hof, waar zij vaak grote invloed op de...

Lees verder
1955
2021-09-22
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Eunuch

gesnedene, ontmande

1955
2021-09-22
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

EUNUCH

is de Griekse naam voor een gecastreerde man, die in de Oudheid in de wereld van het Nabije Oosten optrad als dienaar en opzichter van de vrouwen van een aanzienlijk persoon; later werden zij ook wel de vertrouwelingen van de vorst en kregen zij hoge ambtelijke posities. In de Hellenistische tijd vindt men eunuchen onder de priesters bij de verschi...

Lees verder
1950
2021-09-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Eunuch

(<Gr.), m. (-en), en (w. g.)

1949
2021-09-22
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Eunuch

(v. Gr. eunüchos, bedbewaker), gecastreerde, die in Oosterse landen vooral voor bewaking van het vrouwenvertrek gebruikt wordt.

1948
2021-09-22
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

eunuch

m. gesnedene, ontmande, inz. als opziener i. e. harem.

1939
2021-09-22
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Eunuch

Man, die als man, door elke man vertrouwd wordt.

1933
2021-09-22
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Eunuch

→ Castratie.

1933
2021-09-22
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Eunuch

Eunuch - man, bij wien de zaadbal(len) en (of) roede is weggenomen, zoodat daardoor het vermogen tot het verwekken van nakomelingen verloren gaat. Deze ontmanning was reeds in de Oudheid bekend als straf voor misdadigers of als verminking van overwonnenen. Ook als bewakers van harems enz. werden eunuchen gebruikt. Bekend is verder, dat in de middel...

Lees verder
1926
2021-09-22
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Eunuch

Grieksch woord, in Hand. 8 : 27 v. overgezet door kamerling, beteekent eigenlijk gesnedene. Eunuchen deden dienst als bewaarders van den harem, maar werden ook wel met andere posten van vertrouwen belast, ’t Schijnt, dat reeds vroeg de oorspronkelijke beteekenis van dit woord afgesleten is, zoodat het meer als een titel gebruikt werd. Zoo wor...

Lees verder
1923
2021-09-22
Uitheemsche geneeskunde termen

dr. H. Pinkhof, 2e druk 1935

Eunuch

ontmande, gesneden slaven, oppassers van de harem.

1916
2021-09-22
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Eunuch

Eunuch - zie ONTMANNING.

1898
2021-09-22
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Eunuch

EUNUCH, m. (-en), EUNUQUE, (-n), EUNUK, (-en), bedbewaarder; gesnedene, ontmande vrouwenoppasser (in een serail).