Wat is de betekenis van eter?

2024-06-19
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-06-19
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

eter

Het begrip eter heeft 3 verschillende betekenissen: 1) iemand die eet. iemand die eet; iemand die zich voedt. 2) iemand die komt eten. iemand die ergens, bij een ander gaat eten; iemand die komt eten; gast. 3) dier dat eet. dier dat eet; dier dat zich voedt.

2024-06-19
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

eter

eter - Zelfstandignaamwoord 1. (voeding) iemand die aan het eten is 2. (voeding) iemand die gaat komen eten Woordherkomst afgeleid van de werkwoordstam van eten met het achtervoegsel -er Verwante begrippen gast

2024-06-19
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

eter

iem. wat eet; vloeistof as verdowingsmiddel gebruik; dampkring, hemel(ruim).

2024-06-19
Javaans woordenboek

Gedigitaliseerd Ensie (1951)

ètèr

gewestelijk: bakje (kokosdop) als (rijst- enz.) maat;

2024-06-19
Woordenboek Turks-Nederlands

MEHMET KIRIŞ (2024)

2024-06-19
Spaans woordenboek (SP-NL)

Dr. C.F.A. van Dam (1948)

Éter

m. poét. hemel; aether; ether.

2024-06-19
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

eter

I. o. (-s) 1. Algm. hij die eet. 2. Inz. hij die duchtig kan eten: wat een -! zo'n merkt men in de pot. II. m. [Gr. aither, bovenlucht] I. Oudh. door de goden ingeademde hemellucht. II. Tgw. 1. Natk. denkbeeldige, uiterst fijne, veerkrachtige en alles doordringende stof, aangenomen ter verklaring van de overbrenging van licht, warmte, ele...

Wil je toegang tot alle 11 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-06-19
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Eter

ETER, m. (-s), EETSTER, v. (-s), iemand die eet; (ook) die duchtig kan eten zoo'n eter merkt men in den pot; — 't is een kleine eter, iemand die weinig eet.