Wat is de betekenis van eten?

2020
2021-01-26
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

eten

Het begrip eten heeft 6 verschillende betekenissen: 1) iets als voedsel tot zich nemen. iets als voedsel tot zich nemen; iets opeten; iets nuttigen. 2) voedsel tot zich nemen. voedsel tot zich nemen. 3) een maaltijd gebruiken. 4) dat wat iemand eet. dat wat iemand eet; voedsel; spijs; eetwaar. 5) handeling van het...

Lees verder
2020
2021-01-26
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

eten

(1993) (inf.) cunnilingus beoefenen. • Maar ik mag haar verdomd graag beffen. Ik eet zo gezegd de laatste weken van haar. Prachtig schoon kutje. Topbefje! (Boudewijn Büch: Het bedrog. 1993)

Lees verder
2019
2021-01-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

eten

eten - Werkwoord 1. (ov) het nuttigen van voedsel We gingen met de hele klas eten bij een pizzeria. eten - Zelfstandignaamwoord 1. dat wat iemand tot zich neemt om diens metabolisme in werking te houden Het eten was erg lekker. 2...

Lees verder
2018
2021-01-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

eten

eten - zelfstandig naamwoord uitspraak: e-ten 1. dat wat je als voedsel tot je neemt ♢ wanneer is het eten klaar? Zelfstandig naamwoord: e-ten het eten

Lees verder
2003
2021-01-26
Marga Schiet

MOM's lexicon van de opvoedmisstanden

Eten

Als een kind minder gaat eten, is er iets mis. Een van de redenen waarom een kind opeens minder eet, is dat hij minder hard groeit dan de tijd ervoor. Hij heeft minder eten nodig. Een baby drinkt enorm veel melk omdat hij de eerste twaalf maanden driemaal zo zwaar wordt als zijn geboortegewicht; bovendien neemt zijn lengte toe met ongeveer 25 centi...

Lees verder
1990
2021-01-26
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

eten

eten - Het innemen, kauwen en doorslikken van voedsel via de mond.

1950
2021-01-26
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Eten

(at, heeft gegeten), I. overg., 1. nuttigen, als voedsel tot zich nemen: heb je iets te eten? dat kun je niet eten; — iemands brood eten, bij iemand in dienst zijn; (spr.) wiens brood men eet, diens woord men spreekt, men richt zich naar, sluit zich aan bij het standpunt van zijn patroon; — profeten, die brood et...

Lees verder
1926
2021-01-26
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Eten

Daarvan spreekt de Heere reeds in het Paradijs, nog voor den val (Gen. 2 :16); nauwelijks heeft Hij het bevel gegeven: weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij.... of daaraan wordt toegevoegd wat God den mensch tot spijze heeft gegeven (Gen. 1:28,29). Direct na den zondvloed zorgt God weer...

Lees verder
1898
2021-01-26
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Eten

zie Eetwaar.

1898
2021-01-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Eten

Het begrip eten heeft 2 verschillende betekenissen: 1. eten - ETEN (at, heeft gegeten), nuttigen, voedsel nemen; — (spr.) iemands brood eten, bij iemand in dienst zijn; — het genadebrood, bij iem. eten, uit medelijden van hem den kost krijgen; — hij kan meer dan brood eten, hij weet veel, hij kan meer dan men hem zou aanzien;...

Lees verder