Wat is de betekenis van Esch?

1985
2021-07-31
Encyclopedie van Noord Brabant

Anton van Oirschot (1985-1986)

ESCH

dorp en gemeente in Noord-Brabant, met de gehuchten buurten: Overeind, Kraaienhoek, Schutsboom, Heikant. Ligging: ten noorden grenzend aan Vught; oost en zuid aan Boxtel, west aan Boxtel en Haaren. Inwoners: 1832 (1983); opp: 448 ha. Wapen: in blauw een gouden geplante es; achter het schild ten halve oprijzend een gouden bisschopsfiguur met staf...

Lees verder
1973
2021-07-31
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Esch

Ned. gemeente in de prov. Noord-Brabant (Meierij), 4,48 km2, 1820 inw.; 97,5 % r.k. De gemeente is overwegend agrarisch. De bodem bestaat uit beekkleigronden langs de Run en zandgrond. Bezienswaardigheden zijn de gotische kerktoren, het vm. raadhuis (1856) en de ‘Bierpomp’.

Lees verder
1962
2021-07-31
Archeologische Encyclopedie

Alles over Archeologie

Esch

(N. Brab.). In Esch is bij opgravingen in de laatste jaren een reeks tumulus*-graven uit de Rom. tijd gevonden met rijke bijgiften.

Lees verder
1949
2021-07-31
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Esch

gemeente in prov. N.-Brabant, 444 ha, 913 inw. Landbouw en veeteelt.

Lees verder
1933
2021-07-31
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Esch

meestal hoog gelegen, vruchtbare oude Drentsche akker.

1916
2021-07-31
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Esch

Esch - (Fraxinus excelsior), inheemschin Nederland; ontwikkelt zich enkel goed op zeer vruchtbaren, vochthoudenden grond. Vooral langs stroomend water is de boom goed op zijn plaats. Het zaad rijpt in October en valt in ’t najaar af. Het ontkiemt eerst het tweede voorjaar en wordt daarom het eerste jaar meestal tusschen zand in den grond bewaard. H...

Lees verder
1898
2021-07-31
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Esch

Het begrip esch heeft 3 verschillende betekenissen: 1. esch - ESCH m. (esschen), een riviervisch op de forel gelijkende, met hooge, lange en kleurige rugvin (thymallus vulgaris), wordt van 3 tot 6 dM. lang; in ons land alleen in de Geul aangetroffen; wordt ook vlagzalm geheeten. 2. esch - ESCH m. (esschen) zekere boom (fraxinus) met zeer taai hout...

Lees verder
1870
2021-07-31
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Esch

Esch (Fraxinus L.) is de naam van een plantengeslacht uit de familie der Oleaceën, terwijl het door anderen tot eene zelfstandige familie — die der Fraxineën — gebragt wordt. Het bestaat grootendeels uit boomen, die in Europa en Noord-Amerika te huis behooren. Zij onderscheiden zich door tegenovergestelde, oneven-gevinde bladeren en tweehuizige of...

Lees verder