Wat is de betekenis van ergernis?

2019
2021-05-07
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

ergernis

ergernis - Zelfstandignaamwoord 1. een zaak die gevoelens van onvrede oproept De ergernis deed hem rood aanlopen. Woordherkomst Naamwoord van handeling van ergeren met het achtervoegsel -nis Synoniemen irritatie, boosheid, wrevel, ongenoegen, aanstoot, ontstemdheid, geterd...

Lees verder
2018
2021-05-07
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

ergernis

ergernis - zelfstandig naamwoord uitspraak: er-ger-nis 1. waar je je aan ergert ♢ poep op de stoep geeft veel ergernis Zelfstandig naamwoord: er-ger-nis de ergernis de ergernissen...

Lees verder
1973
2021-05-07
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

ergernis

v. (-sen), 1. wat aanleiding geeft zich te ergeren: je bent me een —; 2. het zich ergeren, het aanstoot nemen: een bron van —; tot grote — van; 3. toestand van geërgerd te zijn: haar was groot.

1955
2021-05-07
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

ERGERNIS

heeft in onze taal een dubbele betekenis: een profane en een religieuze. Evenals ergeren is het afgeleid van het woordje erg, dat slecht, beroerd betekent. Ergeren betekent dan ook: slechter maken, prikkelen, aanstoot geven. Dit kan op gewoon, profaan gebied liggen en dan heeft ergernis de betekenis van iets dat mij hindert, maar het kan ook op rel...

Lees verder
1952
2021-05-07
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Ergernis

s., argewaesje, ergewaesje, oanstjit.

1950
2021-05-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Ergernis

v. (-sen). 1. wat aanleiding geeft zich te ergeren: je bent me een ergernis. 2. het zich ergeren, het aanstoot nemen: ergernis verwekken; een bron van ergernis; tot grote ergernis van. 3. toestand van geërgerd te zijn: haar ergernis was groot.

Lees verder
1933
2021-05-07
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Ergernis

Ergernis - (Lat. scandalum) is een handeling, die uit zich zelf of door de omstandigheden den naaste aanleiding tot zonde geeft. Opzettelijke verleiding tot zonde is e. in den meest strikten zin des woords (scandalum directum). Aangrijpend is het „wee” door den Zaligmaker uitgesproken tegen den ergernisgever: „Wie ergernis geeft a...

Lees verder
1926
2021-05-07
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Ergernis

In de Heilige Schrift wordt onder ergernis verstaan, de aanstoot die iemand geeft, een struikelblok, dat iemand een ander voor de voeten legt, om hem te doen vallen, zoodat deze daardoor tot zonde, in gedachte of daad, komt. Er zijn ook ergernissen in het koninkrijk Gods, die eenmaal zullen worden weggenomen (Matth. 13 : 41). De „ergernis&rdq...

Lees verder
1898
2021-05-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Ergernis

ERGERNIS, v. (-sen), aanstoot, kwetsende, beleedigende gewaarwording: ergernis verwekken, geven, de oorzaak zijn dat iem. boos wordt; — tot groote ergernis van: — je bent me een ergernis, je ergert me.

Lees verder
1898
2021-05-07
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Ergernis

zie Aanstoot.