Er
bw. en vnw., I. bw. (enclitische vorm van daar) daar, op de aangewezen, aangeduide plaats: wie waren er? (b.v. in de kerk, op het concert, in de vergadering, aan de deur); dat boek is er niet (b.v. in de bibliotheek); — ik zal er even aangaan, aanlopen (bij de dokter, op de gemeente-secretarie); — er zijn,...