Wat is de betekenis van Epiloog?

2021
2022-11-27
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Epiloog

Een epiloog is een nawoord of slotwoord. Een epiloog dient als een samenvatting en geeft ook vaak stof tot nadenken of een moraal. Een epiloog wordt ook wel een nawoord, narede of naspel genoemd. Een epiloog komt aan het einde van een verhaal, muziek- of toneelstuk. Bij de laatste twee wordt een epiloog vaak gebruikt om de toeschouwers meer uitleg...

Lees verder
2019
2022-11-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

epiloog

epiloog - Zelfstandignaamwoord 1. een naschrift toegevoegd aan een boek of film, nawoord, narede In de epiloog werd daarover gezwegen. 2. naspel 3. naspel van een reeks gebeurtenissen Woordherkomst Van het Latijnse epilogus, van het oud-Griekse ἐπίλογος (“een conclusie”), van ἐπιλ...

Lees verder
2010
2022-11-27
Wielerwoordenboek

Geschreven door Fons Leroy en Wim van Rooy

epiloog

epiloog: laatste rit in een wielerronde.

2009
2022-11-27
Literatuur

Geschreven door J.A. Dautzenberg

epiloog

Epiloog betekent letterlijk ‘nawoord’, maar deze term wordt vrijwel uitsluitend gebruikt bij studieboeken. In de epiloog van een roman wordt verteld hoe het met de hoofdpersonen gaat nadat het eigenlijke verhaal is afgelopen. Epilogen waren heel gebruikelijk in 19e-eeuwse romans maar komen tegenwoordig nog maar zelden voor; een voorbeeld is te vind...

Lees verder
2009
2022-11-27
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

epiloog

(de; epilogen) - laatste etappe van een wielerronde

2002
2022-11-27
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

epiloog

Epiloog is een term uit de toneelliteratuur voor nabeschouwing aan het slot van een vertoning (zie vertonen); in de vorm van een monoloog door een acteur, ook in de vorm van nazang.

2001
2022-11-27
Begrippenlijst drama

Nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling

Epiloog

Gr.>: epilogos = overbrenging, na- of slotrede. In de (onder andere klassieke) toneelliteratuur is het de term voor een nabeschouwing aan het slot van een vertoning in de vorm van een monoloog door een acteur, of nazang. De epiloog is ingevoerd door Plautus (254 v.C. - 184 v.C.) met als doel de betekenis van het gespeelde te expliciteren en kort sa...

Lees verder
1994
2022-11-27
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Epiloog

[v. Gr. epi- = na-, en logos = woord] oorspr.: naspel, nawoord toegevoegd aan toneelstuk (vaak in opdracht van de uitgever door een andere schrijver dan de toneelschrijver) waarin strekking en betekenis van het toneelstuk werden uiteengezet of het stuk kort werd samengevat; thans: nawoord bij een literair werk; slotrede;...

Lees verder
1993
2022-11-27
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Epiloog

nawoord; slotrede; naspel

1990
2022-11-27
BDI

BDI terminologie

epiloog

narede aan het eind van een werk, in het bijzonder bij een roman, toneelstuk of film ter vermelding van de verdere gang van het verhaal.

1981
2022-11-27
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Epiloog

nawoord, slotrede.

1973
2022-11-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

epiloog

[➝Gr. epilogos, overweging], m. (-logen), na-, slotrede (oorspronkelijk m.n. van een treurspel) (e); naspel. (e) In de toneelletterkunde is de epiloog een eindbeschouwing in de vorm van een door een van de acteurs gesproken slotmonoloog. De epiloog werd door Plautus ingevoerd om de zin van het gespeelde uit te leggen. Men riep er ook de welwillendh...

Lees verder
1962
2022-11-27
Muziek Encyclopedie

Geschreven door S. van Ameringen (1962)

epiloog

(nawoord), in de sonatevorm de kleine thematische bouw die na het exposeren van de twee hoofdthema’s de afsluiting brengt.

1955
2022-11-27
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Epiloog

nawoord, naschrift; naspel.

1950
2022-11-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Epiloog

(<Gr.-Lat.) v. (...logen), na-, slotrede (oorspr. inz. van een dichtstuk); naspel.

1949
2022-11-27
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Epiloog

(Gr., narede), nawoord, naschrift, naspel.

1948
2022-11-27
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

epiloog

m. narede, slotrede, nawoord; naspel.

1947
2022-11-27
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

EPILOOG

is in het algemeen de naam voor het slot van een treurspel. Griekse treurspeldichters deelden in de epiloog enige beschouwingen mede over hetgeen ten tonele was gevoerd. De epiloog van de nieuwe Attische en Romeinse comedie vraagt de toeschouwers bijval; Shakespeare gebruikte hem om zijn hoorders het gezichtspunt mede te delen, waaruit zij het stuk...

Lees verder
1937
2022-11-27
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

epiloog

m. epilogen (Gr.-Lat. epilogus: slotwoord; slotrede; narede van een dichtstuk).

1933
2022-11-27
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Epiloog

in tegenstelling tot proloog (openende, inleidende rede) afsluitende rede i/h bijz. bij tooneelstukken.