Wat is de betekenis van Enorm?

2019
2021-01-15
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

enorm

enorm - Bijvoeglijk naamwoord 1. buitensporig groot Hij behaalde er een enorme overwinnig. enorm - Bijwoord 1. heel erg Ik schrok enorm van de harde klap. Woordherkomst Afgeleid van het Latijnse e(x) norma (buiten...

Lees verder
2018
2021-01-15
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

enorm

enorm - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: e-norm 1. erg groot ♢ het was een enorme puinhoop op haar kamer Bijvoeglijk naamwoord: e-norm de/het enorme ... iets enorms Synoniemen...

Lees verder
1993
2021-01-15
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Enorm

bijzonder groot; bovenmatig

1973
2021-01-15
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

enorm

[Fr., geweldig], bn. en bw. (-er, -st), bijzonder groot, bovenmatig: een — succes; ’t is —, geweldig, ongehoord.

1950
2021-01-15
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Enorm

(<Fr.), bn. bw. (-er, -st), bijzonder groot, bovenmatig: een enorm succes; enorme zwerfblokken; enorm veel geld; — 't is enorm, geweldig, ongehoord.

1948
2021-01-15
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

enorm

overmatig, ontzettend; verbazend, kolossaal.

1914
2021-01-15
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

enorm

enorm, - zeer groot, ontzaglijk; afschuwelijk.

1898
2021-01-15
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Enorm

ENORM, bn. bw. (-er, -st), bovenmatig: een enorm succes; enorm veel geld; — enorme zwerfblokken, bijzonder groot; ongehoord; afschuwelijk.

Lees verder
1864
2021-01-15
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

enorm

enorm - bn. en bijw. bovenmatig. ongehoord; afschuwelijk