Wat is de betekenis van emmes?

2020
2021-06-18
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

emmes

1) (1860) (ook: immes) (Barg. en jeugd) prettig, fijn, goed, leuk, prachtig. • Vanmiddag hadden ze 'n vent er toch emmes tussche gehad. (M.J. Brusse: Boefje. 1903) • Het woord „emmes" is geen Rotterdamsch. „Emmes" is zuiver Hebreeuwseh en beteekent „waar". In den Bijbel komt menigmaal voor „thoras emmes...

Lees verder
2019
2021-06-18
Ewoud Sanders

Taalhistoricus en journalist.

emmes

waar; prettig, leuk, fijn; inderdaad; echt Omstreeks 1860 voor het eerst opgenomen in een Bargoense woordenlijst, opgesteld door M. Verwoert, indertijd directeur van een gevangenis te Utrecht. Het komt hierin voor in de vorm immes en met als betekenis ‘waarheid’. Vervolgens in 1906, in De Boeventaal van Köster Henke, als emmes...

Lees verder
2019
2021-06-18
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

emmes

emmes - Bijvoeglijk naamwoord 1. (Jiddisch-Hebreeuws) waar, prettig, leuk, fijn Woordherkomst Herkomst: Jiddisj Verwante begrippen Hebreeuws: emet

Lees verder
2014
2021-06-18
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans

emmes

(Jidd. < Hebr. èmèt, waar, waarachtig), mooi, prachtig, lekker: Maupie slobberde soep. ‘Fijne zoep’, schrokte hij. ‘Ja, fijne zoep,’ nazeide Zelik; ‘’n emmes zoepie’, HEIJERMANS in KN.

1993
2021-06-18
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Emmes

(immes) leuk (Barg.)

1955
2021-06-18
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Emmes

(Barg.) goed, prettig

1950
2021-06-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Emmes

bn., (volkst.) prettig, leuk, fijn.

1949
2021-06-18
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

emmes

goed. Een emmese lik, een deugdelijke gevangenis.

1948
2021-06-18
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

emmes

(Hebr.) goed, deugdelijk, echt, heus.

1919
2021-06-18
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Emmes

prettig, echt, leuk, het hebr. èmès = goed, echt prettig, heusch, zooals ’t behoort. Gebruikt als uitroep +/= lekker; Brusse, Boefje 105: „Kon meheer ’t emmes meteen deris hoore”; ook als b.nw. : emmesse laarzen.

Gerelateerde zoekopdrachten