Wat is de betekenis van Embouchure?

1994
2022-12-09
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Embouchure

[Fr., van en = in, en bouche = mond, van Lat. bucca = kaak, wang] monding (v. rivier, kanon e.d.); mondstuk van blaasinstrument, wijze van aan de mond zetten van blaasinstrument.

1993
2022-12-09
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Embouchure

mond van een rivier; mondstuk van een blaasinstrument

1973
2022-12-09
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Embouchure

[Fr.], v. (-s), 1. mond (van een rivier, van een kanon enz.); 2. de constructie van het mondstuk van blaasinstrumenten; 3. de specifieke mondstand van de blazer bij het spelen om een optimale klank te verkrijgen.

Lees verder
1962
2022-12-09
Muziek Encyclopedie

Geschreven door S. van Ameringen (1962)

embouchure

1. de constructie van het mondstuk van een blaasinstrument; 2. de combinatie van lipstand. tongstand e.d. die voor het voortbrengen van een toon op een blaasinstrument nodig is.

Lees verder
1955
2022-12-09
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Embouchure

mondstuk van een blaasinstrument; mond van een rivier.

1952
2022-12-09
Frans woordenboek (FR-NL) 1950

Dr. F.P.H. Prick van Wely

Embouchure

mondstuk; aanzetting [v. instrument]; opening; uitmonding, mond [v. rivier].

1950
2022-12-09
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Embouchure

(Fr.), v. (-s), 1. mond (van een rivier, van een kanon enz.). 2. mondstuk (van een blaasinstrument); — een goede embouchure hebben, een blaasinstrument wel weten aan de mond te zetten om zuiver en goed te blazen.

Lees verder
1949
2022-12-09
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Embouchure

(Van Fr .Douche, mond), (muz.) mondstuk van een blaasinstrument.

1948
2022-12-09
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

embouchure

(Fr.) v. 1 mond van een rivier, van een kanon enz.; 2 mondstuk van een blaasinstrument; 3 geschiktheid der mondstelling voor het blazen van een instrument; een goede ~ hebben, een blaasinstrument goed kunnen aanzetten en blazen.

1937
2022-12-09
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

embouchure

v. embouchures (Fr. mond v. e. rivier, e. kanon enz.; mondstuk v. e. blaasinstrument).

1930
2022-12-09
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

embouchure

v. (-s) [Fr. < Lat. bucca d. i.] mond nl. 1. mondstuk van een blaasinstrument. 2. monding van een rivier, een kanon enz.

Lees verder
1916
2022-12-09
Technisch woordenboek

H.J. van Eyk

Embouchure

1e. Mondstuk van een blaasinstrument. 2e. Mond eener rivier.

Lees verder
1914
2022-12-09
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

embouchure

embouchure, - v„ mondstuk van een blaasinstrument; mond van een rivier.

1908
2022-12-09
Vivat

Schrijver op Ensie

Embouchure

fr., mond, monding, van een rivier, kanon enz., ook mondstuk van een muziek-instrument, alsook liet toongeven op een fluit: een goede E. hebben: zuiver blazen, een blaas-instrument naar behooren aan den mond zetten.

1906
2022-12-09
wink

Wink's vreemde woordenboek

Embouchure

vr. Fr., mond van een rivier; mondstuk van een muziekinstrument.

1898
2022-12-09
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Embouchure

EMBOUCHURE, v. (-s), mond (van eene rivier, van een kanon enz.); mondstuk (van een blaasinstrument); — eene goede embouchure hebben, een blaasinstrument wel weten aan den mond te zetten om zuiver en goed te blazen.

Lees verder
1864
2022-12-09
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

embouchure

embouchure - v. (embouchures), mond van eene rivier, van een kanon enz.); mondstuk (van een blaasspeeltuig); eene goede embouchure hebben, een blaasspeeltuig wel weten aan te zetten en zuiver blazen

Lees verder

Gerelateerde zoekopdrachten