Ellendig
bn. bw. (-er, -st), 1. ellende lijdend; met ellende gepaard of vervuld; rampzalig, zeer beklagenswaardig: arme, ellendige mensen; er ellendig aan toe zijn; ellendige toestanden. 2. zonder karakter, zonder gevoel, verachtelijk: ellendige verraders. 3. zeer onaangenaam, zeer lastig, verwenst: die ellendige jongens plagen altijd;...