Wat is de betekenis van Elleboog?

2024-02-25
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

elleboog

Het begrip elleboog heeft 3 verschillende betekenissen: 1) gewricht en deel van de arm. gewricht tussen de onderarm en de bovenarm dat ervoor zorgt dat de arm naar het lichaam toe kan buigen; ook: deel van de arm ter hoogte van dit gewricht. Vaak voorafgegaan door een bezittelijk voornaamwoord. 2) deel van een mouw. deel van d...

2024-02-25
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

elleboog

elleboog - Zelfstandignaamwoord 1. (anatomie) gewricht in het midden van de arm dat de bovenarm met de onderarm verbind 2. iets dat rechthoekige omgebogen is Woordherkomst samenstelling van el en boog met het invoegsel -e- Uitdrukkingen en gezegden ♦ de ellebogen gebruiken ...

2024-02-25
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

elleboog

elleboog - zelfstandig naamwoord uitspraak: el-le-boog 1. gewricht tussen boven- en onderarm ♢ ik stootte mijn elleboog 1. het achter de ellebogen hebben [stiekem zijn] ...

2024-02-25
Funerair Lexicon

H.L.Kok (2002)

Elleboog

Een elleboog rustend op de bijbel komt voor op monumentale grafwerken, zoals op het grote door Rombout Verhulst vervaardigde grafmonument in de kerk te Midwolde (Gr). De houding is symbolisch voor het geloof dat steun geeft.

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-25
XYZ van Amsterdam

J. Kruizinga, Gerrit Vermeer (2002)

Elleboog

Elleboog - Zie: Kindercircus Elleboog.

2024-02-25
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc de Coster (1998)

Elleboog

het achter de - hebben onbetrouwbaar, schijnheilig zijn. De juiste uitdr. is eigenlijk het achter de mouw hebben.Met hetbedoelde men oorspr. een wapen dat men in of achter zijn mouw verborgen had. ‘Jij hebt het vast achter je ellebogen’, smaalde Bek- kie. (Helga Ruebsamen: Op Scheveningen, 1988) Die Annette van Trigt is ook zo’n onderkruiper. Een...

2024-02-25
Art & Architecture Thesaurus

Getty Research Institute (1990)

elleboog

elleboog - De gewrichten tussen de onder- en bovenarm van mensen of dieren. Gebruik 'knieën (dierlijke of menselijke lichaamsdelen)' voor de soortgelijke gewrichten in benen.

2024-02-25
Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Uitgeversmaatschappij A. Manteau N.V. (1954)

Elleboog

cubitus, zie aldaar.

2024-02-25
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Elleboog

s., earmtakke; gevoelige plek aan(bij stoten), widnersbonkje (it) telefonearbonkje (it).

2024-02-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Elleboog

m. (...bogen), 1. de buitenste kromming van de arm ter plaatse van het gewricht tussen benedenen bovenarm (bij mensen en dieren): zijn elleboog stoten; de mouw reikt tot de elleboog; zijn ellebogen steken er door, zijn mouwen zijn ter hoogte der ellebogen stuk; tot de ellebogen in het geld tasten, schatrijk zijn; — hij...

2024-02-25
De Kleine Winkler Prins

Winkler Prins (1949)

Elleboog

het gewricht waar onder- en bovenarm ten opzichte van elkaar bewegen. Het bestaat eigenlijk uit twee gewrichten; daardoor kan niet alleen de arm gestrekt worden en gebogen, maar ook kan de onderarm draaien ten opzichte van de bovenarm; (2) rechthoekig gebogen stuk pijp.

2024-02-25
Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

ELLEBOOG

is het gewricht, waarin de bovenarm en onderarm ten opzichte van elkaar bewogen worden. Het gewricht wordt gevormd door het distale einde van het opperarmbeen en de proximale einden van spaakbeen en ellepijp. Het bestaat feitelijk uit drie gewrichten nl. een scharniergewricht tussen het mediale einde van het opperarmbeen en de ellepijp; een kogelge...

2024-02-25
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

elleboog

v. ellebogen (1 armgewricht tussen onder- en bovenarm, ellepijpeinde; 2 fig. kromming, bocht; 3 bij verg. van voorwerpen: rechthoekig gebogen kachelpijp enz.; 4 deel v. e. mouw): 1. de mouw reikte tot de elleboog; 2. de rivier vormde er een elleboog; 3. een klinkijzer voor de elleboog; 4. een nieuwe elleboog in de mouw zetten; zegsw. het achter de...

2024-02-25
Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Elleboog

Elleboog of ellebooggewricht noemt men de geleding tusschen boven- en onderarm.

2024-02-25
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

elleboog

('ellə) m. (...bogen) [el, voorarm + boog, buiging] I. Eig. gewricht tussen onder- en bovenarm : hij zat met de ...bogen op de knieën; de punt van de -. → gewricht. Gez. de ...bogen vrij hebben, vrij zijn in zijn bewegingen; het achter de ...bogen hebben, in het geheim lelijke streken hebben, niet betrouwbaar zijn; iets achter de ......

2024-02-25
Polulaire Geneeskundige Encyclopaedie

Dr. Ch. Bles (1929)

Elleboog

zie Arm.

2024-02-25
Oosthoek encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Elleboog

Elleboog - 1) (bij het paard), wordt uit een oogpunt van exterieur in zoover beoordeeld, dat men altijd gaarne een ellebooggewricht heeft, waarbij de elleboogknobbel (olecranon) ver achteruitsteekt. In dit geval werken de daaraan vastgehechte spieren aan een langen hefboomsarm, wat natuurlijk gunstig is voor het effect van de uitgeoefende kracht en...

2024-02-25
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Elleboog

m. (-bogen), 1. de buitenste kromming van de arm ter plaatse van het gewricht tussen benedenen bovenarm (bij mensen en dieren); zijn elleboog stoten, de mouw reikt tot de elleboog; zijn ellebogen steken erdoor, zijn mouwen zijn ter hoogte van de ellebogen stuk; zijn ellebogen gebruiken, met de ellebogen werken, zijn omstanders of zijn medestanders...

2024-02-25
Vivat's Geïllustreerde Encyclopedie

J. Kramer (1908)

Elleboog

gewricht dat het opperarmbeen (zie Arm) met de beenderen van den benedenarm (spaakbeen en ellepijp) verbindt; ook het uitsteeksel waarmee de ellepijp (ulna of cubitus) bovenachterwaarts eindigt, en dat met het uiteinde van het opperarmbeen, in welks groeven zich bedoeld uitsteeksel bij het uitstrekken van den arm iegt, het elleboogsgewricht of den...

2024-02-25
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Elleboog

ELLEBOOG, m. (...bogen), sterk, knopvormig uitsteeksel van de ellepijp, een der voorarmbeenderen; — gewricht tusschen beneden- en bovenarm (bij menschen en dieren); — (spr.) hij heeft de ellebogen vrij, hij is vrij in zijne handelingen; — zijne ellebogen goed kunnen roeren, in goeden doen zijn; (ook) zijne handen flink weten te ge...