Wat is de betekenis van element?

2019
2022-08-18
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

element

element - Zelfstandignaamwoord 1. (scheikunde) de naam voor een stof die via de scheikunde niet meer in verschillende substanties te splitsen is, zo'n stof bestaat louter uit één type van atomen 2. (wiskunde) een onderdeel van een verzameling 3. een lastig individu 4. (natuurkunde) omzetter van bijv. trillingen in elektriciteit of ele...

Lees verder
2018
2022-08-18
Arbeidsgeneeskunde

Arbeidsgeneeskunde

Element

Een stof bestaande uit atomen waarvan de kernen allemaal hetzelfde aantal protonen bevatten. Elementen zijn de bouwstenen van alle materialen.

2018
2022-08-18
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

element

element - zelfstandig naamwoord uitspraak: e-le-ment 1. wat kleiner is dan het totaal ♢ deze bank bestaat uit drie elementen 2. kracht van de natuur ♢ de vier elementen zijn: water, vuur, aarde,...

Lees verder
2008
2022-08-18
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

element

(het; -en) GY - vormend (hoofd)bestanddeel van een gymnastiekoefening, meer specifiek het geheel aan bewegingen dat iem. met zijn lichaam(sdelen) moet doen, al dan niet op of aan een toestel, om tot een (statische) basishouding te komen (bv. handstand op vloer, streksteun op rek) of een (dynamische) basisbeweging uit te voeren (bv. salto, handstand...

Lees verder
2003
2022-08-18
Popmuziek

van A tot Z

Element

Een minuscuul microfoontje dat onder de snaren van een electrische gitaar is aangebracht. Het door de elementen opgepikte geluid wordt verder versterkt door een gitaarversterker. Elementen zijn ook los verkrijgbaar. Ze worden dan gebruikt om akoestische gitaren door te versterken. Deze elementen zijn in het klankgat van de Spaanse en/of country &am...

Lees verder
2000
2022-08-18
Basisboek Recht

Basisboek Recht

Element

Vooronderstelling die geacht wordt aanwezig te zijn, tenzij de verdachte uitdrukkelijk een beroep doet op de afwezigheid hiervan.

1994
2022-08-18
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Element

[Lat. elementum, missch. van dezelfde wortel als alere = voeden; elementum, zou dan eig. zijn alimentum, lett.: voedsel = iets waaruit iets anders groeit of gegroeid is] 1 (oude natuurfil.) oerstoffen waartoe alle dingen herleid kunnen worden; 2 (chem.) elk der grondstoffen waaruit al...

Lees verder
1993
2022-08-18
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Element

vormend bestanddeel; enkelvormige stof (scheik.); toestel waarin elektriciteit wordt opgewekt

1990
2022-08-18
BDI

BDI terminologie

element

apparaatje aan het eind van de arm van een platenspeler waarin trillingen van de naald worden omgezet in elektrische spanningen.

1985
2022-08-18
Woordenboek automatisering

Henk Biemond - 1985

Element

Element (1) In een verzameling is dit een entiteit, die de eigenschappen van die verzameling heeft. (2) Eén enkel gegevensbestanddeel, dit in tegenstelling met een verzameling gegevensbestanddelen, zoals een reeks. (3) Een scalair gegevensbestanddeel (PL/I). (4) Het systeemdeel binnen een deelgebied, waarvan de identiteit door een elementa...

Lees verder
1973
2022-08-18
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Element

[Lat. elementa, letters, beginselen, grondstoffen], o. (-en), 1. naar de oude opvatting ieder van de vier hoofdstoffen, aarde, water, lucht en vuur, waaruit de stoffelijke wereld opgebouwd is: het natte element, het water; de strijd der elementen, heftige beroering in de atmosfeer, storm, onweer enz.; (bij uitbreiding) hoofdstof, sfeer waarin iema...

Lees verder
1972
2022-08-18
OHS1

Oosthoek Encyclopedie supplement

Element

o. (-en), 2. (scheikunde) elk van de enkelvoudige stoffen waaruit alle andere stoffen opgebouwd zijn en die door chemische manipulaties niet verder deelbaar zijn ©; 6. (geluidsapparatuur) onderdeel van een pick-up dat de bewegingen van de naald omzet in een elektrisch signaal ©. ©SCHEIKUNDE. Een recente definitie van het chemisch ele...

Lees verder
1955
2022-08-18
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Element

o., grondstof; electrische stroomcel; werkkring, sfeer; levensvoorwaarde; plaats of omgeving, waar een mens zich thuis gevoelt; deel van het geheel

1954
2022-08-18
Medisch Encyclopedie 1954

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Element

1. één der belangrijkste samenstellende bestanddelen van een geheel, bijv. elementen van het gebit: tanden en kiezen; 2. in de scheikunde: een stof waarvan de moleculen slechts uit één soort atomen bestaan; zie ook periodiek systeem der elementen.

Lees verder
1954
2022-08-18
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Element

wordt in verschillende betekenissen gebruikt. (1) Chem. verstaat men onder e. een stof (b.v. waterstof, zuurstof, chloor, koper), die op eenvoudige wijze niet verder te ontleden is. Tot het einde van de vorige eeuw meende men, dat zij uit vele onveranderlijke deeltjes (atomen) bestonden, b.v. 1 g waterstof bevat 6 X 1023 atomen. Modern onderzoek he...

Lees verder
1952
2022-08-18
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Element

s.n., elemint (it).

1952
2022-08-18
Frans woordenboek

Frans woordenboek 1950

Élément

element; grondstof; (grond)bestanddeel; grondbeginsel; factor.

1951
2022-08-18
Engels

Woordenboek Engels (1951)

element

element, bestanddeel, grondstof; elements, ook: (grond)beginselen.

1950
2022-08-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Element

(<Lat.), o. (-en), 1. naar de oude opvatting ieder der vier hoofdstoffen, aarde, water, lucht en vuur waaruit de stoffelijke wereld opgebouwd is; het natte element, het water; — de strijd der elementen, heftige beroering in de atmosfeer, storm, onweer enz.; — bij uitbr. : hoofdstof, sfeer waarin iem. of iets zich bij voorkeur of naar...

Lees verder
1949
2022-08-18
Vreemde woorden in de Natuurkunde

Prof. Dr. P.H. van Laer

Element

(Lat. eleméntum = beginsel, begin, grondstof; in deze betekenis komt deze term het eerst voor bij Cicero (106=43). 1. Enkelvoudige chemische stof; 2. toestel dat in staat is een electrischen stroom te leveren; 3. samenstellend deel of bepalende grootheid; b.v. baanelementen.

Lees verder