Wat is de betekenis van eggen?

2019
2021-06-22
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

eggen

eggen - Werkwoord 1. (ov) (landbouw) de grond bewerken met een eg, waarbij kleine geultjes gemaakt worden om daarna te zaaien Het land wordt morgen geëgd. eggen - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord eg

Lees verder
1973
2021-06-22
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

eggen

(egde, heeft geëgd), 1. met de eg werken; (spr.) er is met hem te — noch te ploegen, men kan met hem niet opschieten, men kan het hem nooit naar de zin maken; 2. met een eg bewerken.

1952
2021-06-22
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Eggen

v., eidzje.

1950
2021-06-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Eggen

(egde, heeft geëgd), 1. met de egge arbeiden; — (spr.) er is met hem te eggen noch te ploegen, men kan met hem niet opschieten, men kan ’t hem nooit naar de zin maken; 2. met een eg bewerken.

Lees verder
1933
2021-06-22
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Eggen

Grondbewerking, welke, als aanvulling van het ploegwerk, ten doel heeft den grond los te maken, te effenen en fijner te verkruimelen om hem geschikt te maken als kiembed voor het zaad. Nevendoel, soms echter hoofddoel, is het losscheuren van onkruidplanten, het boven brengen van wortelonkruiden en het verzamelen hiervan. Oppervlakkig uitgestrooide...

Lees verder
1898
2021-06-22
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Eggen

EGGEN, (egde, heeft geëgd), (landb.) met de egge arbeiden; - — (spr.) er is met hem te eggen noch te ploegen, men kan met hem niet opschieten, men kan ’t hem nooit naar den zin maken. EGGING, v. (landb.) het eggen. EGGER, m. (-s), die egt..

Lees verder