Wat is de betekenis van Effectief?

2020
2020-11-28
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Effectief

Effectief is een bijvoeglijk naamwoord en betekent doeltreffend. Doelmatig, doeltreffend en werkelijk zijn synoniemen van effectief. "De maatregelen om roken tegen te gaan blijken effectief, inmiddels is zo'n 20 procent gestopt." De maatregelen waren effectief betekent hier dus eigenlijk ze effect hebben gehad, ofwel dat er echt verbeteringen zijn...

Lees verder
2019
2020-11-28
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

effectief

effectief - Bijvoeglijk naamwoord 1. doeltreffend, efficiënt Wij zoeken altijd naar effectievere methodes. 2. reëel, werkelijk Het effectieve vermogen van dit apparaat ligt veel lager dan op de doos vermeld staat. effectief - Bijwoor...

Lees verder
2018
2020-11-28
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

effectief

effectief - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ef-fec-tief 1. met de bedoelde uitwerking ♢ de maatregel was niet effectief 1. het effectieve rentepercentage [de rente die je per jaar betaalt (reële r...

Lees verder
2015
2020-11-28
Typisch Vlaams

Door Ludo Permentier en Rik Schutz

effectief

(daad)werkelijk Zolang de Belgische Wielrijdersbond zich niet heeft uitgesproken, is BMC trouwens niet verplicht om Van Avermaet op non-actief te zetten. Dat is pas het geval als de renner effectief wordt geschorst. (Het Nieuwsblad) In Nederland wordt 'effectief' wel gebruikt als bijvoeglijk naamwoord ('een effectieve...

Lees verder
1998
2020-11-28
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Effectief

’t effectieve intrinsieke pseudo-ge- leerde uitdr. voor ‘het fijne van de zaak; het kernpunt’. In de volkstaal kent men verschillende woorden met ‘geleerde’ uitgangen: pre-velement; kakement; combinerenen deduceren;pierement, bikkesementenz.

Lees verder
1991
2020-11-28
Management begrippenlijst

Management begrippenlijst

Effectief

Letterlijk: werkelijk effect hebbend, doeltreffend. Het begrip effectiviteit is een gelaagd begrip. Het bevat een component efficiency van het interne systeem en de werking daarvan, en een component effectiviteit, waarmee wordt gedoeld op het profijt dat wordt verkregen uit de beheersing en/of manipulatie van de betrekkingen met de omgeving. Effect...

Lees verder
1948
2020-11-28
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

effectief

1 aj. & ad. werkelijk, wezenlijk; waarbij de goederen werkelijk door de verkoper geleverd en door de koper ontvangen worden; 2 o. werkelijke aanwezige hoeveelheid (geld); de werkelijke sterkte.

Lees verder
1914
2020-11-28
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

effectief

effectief, - werkelijk, wezenlijk; „effectieve sterkte van een leger”: de werkelijk onder wapenen staande manschappen; „effectieve waarde”: werkelijke waarde in tegenstelling met de nominale (van effecten); „het effectief”: de werkelijk aanwezige hoeveelheid geld.

1910
2020-11-28
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Effectief

Effectief - Wezenlijk, werkelijk, reëele waarde, in tegenstelling met nominale waarde.

1898
2020-11-28
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Effectief

Het begrip effectief heeft 2 verschillende betekenissen: 1. effectief - EFFECTIEF, bn. bw. werkelijk, wezenlijk: effectieve dienst; — in den effectieven graad overgaan, niet langer titulair zijn; — effectief vermogen, de nuttige arbeid dien een werktuig leveren kan; — 't is effectief waar, bepaald waar. 2. effectief - EFF...

Lees verder
1864
2020-11-28
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

effectief

effectief - bn. (effectiever, effectiefst), werkelijk, wezenlijk