Wat is de betekenis van eeuw?

2024-02-29
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

eeuw

Het begrip eeuw heeft 3 verschillende betekenissen: 1) periode van honderd jaar. periode van honderd jaar, gerekend vanaf een willekeurig tijdstip. 2) honderdjarig tijdvak. elk van de opeenvolgende periodes van honderd jaar die men in een tijdrekening telt vanaf een specifiek referentiepunt, en die in onze jaartelling, uitgaande van...

2024-02-29
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

eeuw

eeuw - Zelfstandignaamwoord 1. (tijdrekening), (eenheid) een periode van 100 jaar Op 1 januari 2001 begon de 21e eeuw. 2. iets wat zeer lang duurt Het duurde eeuwen voordat de vrouwen eindelijk klaar waren met het telefoongesprek. Woordherk...

2024-02-29
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

eeuw

eeuw - zelfstandig naamwoord 1. periode van 100 jaar ♢ in de vorige eeuw waren er nog geen auto's 1. ik heb hem in geen eeuwen gezien [al een hele tijd niet] 2. de eeuwen kunnen...

2024-02-29
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Eeuw

s., ieu.

Wil je toegang tot alle 18 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Eeuw

v. (-en), 1. tijdvak van honderd jaren: een eeuw geleden; de 18de eeuw, de tijd van 1700 tot 1800; — de eeuwen, de tijden: in de loop der eeuwen; 2. geruime tijd: ik heb ze in geen eeuw gezien; als men moet wachten, duurt een uur soms een eeuw, zeer lang; 3. tijdvak, tijdperk, tijd in verband met personen...

2024-02-29
Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

EEUW

(Latijn saeculum) noemt men een tijdperk van 100 jaren. De eerste eeuw van de Christelijke zowel als van iedere andere jaartelling begint met het jaar 1 en eindigt met 100, de 2de eeuw begint met 101 en eindigt met 200, enz. Men gebruikt het woord eeuw echter ook in de betekenis van een onbepaald tijdvak, wanneer men spreekt van de gouden ee...

2024-02-29
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

eeuw

v. eeuwen (1 tijdvak van honderd jaar; 2 tijdperk van een tamelijk groot aantal jaren; tijd): 1. de drukkunst met losse typen dateert van de 15e eeuw na C.; 2. de eeuw van Frederik Hendrik; zie gouden, ijzeren; ik heb je in geen eeuw gezien; zegsw. eeuw en dag, zeer lang.

2024-02-29
Encyclopedie voor Iedereen

John Kooy (1933)

Eeuw

tijdperk v. 100 jaar, figuurlijk ook gebruikt v langere tijdruimte (Gouden Eeuw).

2024-02-29
Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Eeuw

tijdperk van honderd jaren, zoowel dat, gelegen tusschen twee door 100 deelbare jaartallen (17e eeuw = 1600-1700) als van honderd willekeurige opeenvolgende jaren, bijv.: het was in 1748 een eeuw geleden, dat de Vrede van Munster (1648) gesloten werd. De eeuwen vóór de eerste der Christelijke jaartelling worden teruggeteld en gewoonli...

2024-02-29
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

eeuw

(e:w) v. (-en) [~ Lat. aevum, tijdperk] I. Eig. 1. a. Algm. tijdperk van een tamel ik groot aantal jaren : in de van Perikles. Gez. Myt. de gouden -, regering van Saturrus, tijdperk van vrede en geluk; de van Augustus, bloeitijdperk onder keizer Augustus ; de gouden [XVIIde] van de Nederlandse schilderkunst, het bloeitijdperk; de gouden, zilvere...

2024-02-29
Christelijke encyclopedie

F.W. Grosheide (1926)

Eeuw

In het Oude Testament heeft dit woord de gewone beteekenis (Job 22 : 15; Ps. 77 : 6; 145 : 13; Pred. 1 : 10; 9:6; Jerem. 7 : 7; 25 : 5; Hab. 3 : 6) met uitzondering van Ps. 89 : 48, waar het levensduur en Pred. 3:11, waar het eeuwigheid beteekent. In het Nieuwe Testament wordt meermalen onderscheid gemaakt tusschen deze eeuw, d. i. den tijd, waarin...

2024-02-29
Oosthoek encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Eeuw

Eeuw - tijdruimte van honderd jaren. De 20e E. loopt van 1 Jan. 1901 tot 31 Dec. 2000. Dit schijnt van zelf te spreken, daar elke telling met 1 en niet met 0 begint, en dus de eerste eeuw met het jaar 1 is begonnen. Toch is er in 1899 nog al over gediscussieerd, of de 20e eeuw niet met 1 Jan. 1900 behoorde te beginnen en werden er in 1900 zelfs in...

2024-02-29
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Eeuw

v./m. (-en), 1. tijdvak van honderd jaren: een eeuw geleden; elk van die tijdvakken van een (m.n. van onze) jaartelling: de 20e eeuw, de tijd van 1 jan. 1901— 31 dec. 2000; de eeuwen, de tijden: in de loop der eeuwen; 2. (als hyperbool) lange tijd: ik heb ze in geen eeuw gezien; als men moet wachten, duurt een uur soms een eeuw, zeer lang;...

2024-02-29
Keur van Nederlandsche woordafleidingen

J.Pluim (1911)

Eeuw

Dit woord bet. thans bij ons een tijdperk van ioo jaar. (De Duitschers missen zulk een woord en zeggen maar „Jahrhundert” = jaarhonderd.) Doch oorspr. bet. eeuw', een niet-eindigend tijdperk, zooals ons eeuwig en eeuwigheid nog aanduiden. De wortel is nog niet gevonden, doch moet wel bestaan hebben; immers ook het Grieksch kent ong...

2024-02-29
Vivat's Geïllustreerde Encyclopedie

J. Kramer (1908)

Eeuw

(fransch siècle, age, dtsch Jahrhundert, engelsch age, century) Een tijdruimte van 109 afgesloten jaren; de eerste eeuw eener tijdrekening bevat de jaren I tot en met 190, de tweede eeuw derhalve de jaren l9l tot en met 200 enz.: de vraag echter, of oen nieuwe eeuw b.v. met 1 Jan. 1900 of 1 Jan. 1901 begint, heeft herhaaldelijk aanleiding to...

2024-02-29
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Eeuw

EEUW, v. (-en), tijdvak van honderd jaren; — ik heb ze in geene eeuw gezien, geruimen tijd niet; — als men moet wachten, duurt een uur soms eene eeuw, zeer lang; — tijdvak, in de geschiedenis beroemd door de regeering van groote vorsten, b. v. de eeuw van Augustus, de eeuw van Lodewijk XIV, van Frederik Hendrik; — de goud...

2024-02-29
Winkler Prins

Anthony Winkler Prins (1870)

Eeuw

Eeuw (Eene) noemt men een tijdperk van 100 jaren. Men gebruikt dat woord echter ook in de beteekenis van een onbepaald tijdperk, wanneer men spreekt van de gouden eeuw onzer letterkunde, van de eeuw van Lodewijk XIV, van de gouden, zilveren, koperen en ijzeren eeuw volgens Ovidius enz.

2024-02-29
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Eeuw

Eeuw, v. (-en), tijdvak van honderd jaren; tijdvak in de geschiedenis beroemd door de regering van groote vorsten, b.v. de - van Augustus, de - van Lodewijk XIV; de gouden -, (fab.) tijd van Saturnus en Astrea; (fig.) beroemdste tijdvak in de geschiedenis van een land. *-FEEST, o. (-en), feest ter viering van het honderdjarig bestaan van iets. *-I...