Wat is de betekenis van Eervol?

2019
2023-02-06
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

eervol

eervol - Bijvoeglijk naamwoord 1. eer brengend, verschaffend Hij behaalde op de Olympische Spelen een eervolle eerste plaats bij het hoogspringen. 2. zonder gezichtsverlies Het leger had dan wel de slag verloren maar kreeg van de vijand wel een eervolle a...

Lees verder
2018
2023-02-06
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

eervol

eervol - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: eer-vol 1. waarmee je waardering verdient ♢ dat is een eervolle baan 1. een eervolle vermelding [je hebt net niet gewonnen, maar je naam wordt wel vermeld]...

Lees verder
1973
2023-02-06
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Eervol

bn. en bw. (-Ier, -st), 1. eer meebrengend, verschaffend: een eervolle betrekking; een eervolle vermelding, vorm van onderscheiding voor militairen, bij wedstrijden enz., waaraan geen ereteken verbonden is; een eervolle loopbaan achter zich hebben, waarin men zich onderscheiden heeft; dat was niet eervol voor hem, daarmee legde hij geen eer in; 2....

Lees verder
1950
2023-02-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Eervol

bn. bw. (-ler, -st), 1. eer medebrengend, verschaffend: een eervolle betrekking; een eervolle vermelding, vorm van onderscheiding voor militairen, bij wedstrijden enz., waaraan geen ereteken verbonden is; een eervolle loopbaan achter zich hebben, waarin men zich onderscheiden heeft; — dat was niet eervol voor hem, ...

Lees verder
1937
2023-02-06
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

eervol

1. bn.; eervoller, eervolst of meest eervol (eer medebrengend, verschaffend): een eervolle betrekking; een eervolle vermelding, vorm van onderscheiding, van deelnemers aan een wedstrijd, van militairen enz.; eervol ontslag, formule voor een ontslag, dat niet bij wijze van straf wordt verleend; 2. bw. (zo, dat men er eer mede inlegt; op een wijze, d...

Lees verder
1930
2023-02-06
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

eervol

('e:r) bn. en bw. (-Ier, -st) 1. eer medebrengend, verschaffend : een -le plaats. → ontslag, vermelding. Syn. vererend. 2. op een eervolle wijze: zich gedragen. 3. waarbij de eer ongeschonden blijft: een -le nederlaag; verslagen.

Lees verder
1898
2023-02-06
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Eervol

EERVOL, bn. bw. (-Ier, -st), eene eervolle betrekking, waarin men zich eer verwerven kan; — een eervolle aftocht, waarbij de eer niet te kort wordt gedaan; — dat was niet eervol voor hem, overeenkomstig zijn eer, (ook) daarmee legde hij geene eer in; — overeenkomstig de begrippen van eer levende zich eervol gedragen, onderscheid...

Lees verder