Wat is de betekenis van eerdaags?

2020
2022-11-30
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

eerdaags

binnen afzienbare tijd; weldra. binnen afzienbare tijd; binnenkort; weldra. Het woord is oorspronkelijk een samenstelling van eerst met het zelfstandig naamwoord dag in de tweede naamval, mogelijk onder invloed van woorden als eerlang en eertijds. Voorbeelden: Jasper K. is een gefrustreerde werknemer bij EGOM. Eerdaags gaat hi...

Lees verder
2019
2022-11-30
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

eerdaags

eerdaags - Bijwoord 1. binnenkort. Ik zal eerdaags er voor zorgen. Woordherkomst Samenstelling van eer (eerst) en daags Synoniemen eerstdaags Verwante begrippen binnenkort, eerlang, eerstdaags, strakjes, straks

Lees verder
2018
2022-11-30
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

eerdaags

eerdaags - bijwoord uitspraak: eer-daags 1. binnen korte tijd ♢ eerdaags kom ik bij jullie langs Bijwoord: eer-daags Synoniemen binnenkort, gauw, spoedig, weldra Tegenstellingen later

Lees verder
1973
2022-11-30
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Eerdaags

bw., eerstdaags, binnenkort.

1950
2022-11-30
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Eerdaags

bw., eerstdaags.

1937
2022-11-30
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

eerdaags

bw.; zie eerstdaags.

1930
2022-11-30
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

eerdaags

(‘e:r) bw. eerstdaags.

1898
2022-11-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Eerdaags

EERDAAGS, bw. eerstdaags.

Gerelateerde zoekopdrachten