Wat is de betekenis van eenparig?

2019
2023-01-30
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

eenparig

eenparig - Bijvoeglijk naamwoord 1. in eensgezindheid Dit eenparige besluit werd na een korte discussie genomen. 2. (natuurkunde) zonder verandering in de snelheid naar grootte of richting Zonder de invloed van een kracht volhardt een lichaam in een eenparige...

Lees verder
2015
2023-01-30
Typisch Vlaams

Door Ludo Permentier en Rik Schutz

eenparig

eensgezind, unaniem (formeel) De twee ernstige, hollandsche boerenkoppen knikten eenparig en de trage woorden vermondden zij met lijzige beweging van hun kransbaard. (Stijn Streuvels, Stille avonden) Belgisch-Nederlandse Standaardtaal Gangbaarheid: 6 Vlaamsheid: 5

Lees verder
1973
2023-01-30
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Eenparig

bn. en bw. (-er, -st), 1. onderling overeenstemmend, eendrachtig: eenparig van gevoelen, van oordeel zijn; met eenparige stemmen, met algemene stemmen, zonder dat iemand een afwijkende mening had; eenparig werd besloten, met eenparige stemmen; 2. zonder onderling verschil, gelijk: op eenparige voet; 3. gelijkmatig, gestadig: een eenparige warmte;...

Lees verder
1952
2023-01-30
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Eenparig

adj. & adv., ienriedich, -stimmich, -pearich.

1950
2023-01-30
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Eenparig

bn. en bw. (-er, -st), 1. onderling overeenstemmend, eendrachtig: eenparig van gevoelen, van oordeel zijn; met eenparige stemmen, met algemene stemmen, zonder dat iem. een afwijkende mening had; eenparig werd besloten, met eenparige stemmen; — (rechtst.). op eenparig verzoek, op verzoek van beide partijen; 2. zond...

Lees verder
1947
2023-01-30
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

EENPARIG

noemt men in de mechanica de beweging van een stoffelijk punt, indien de snelheid, hetzij scalair, hetzij vectorisch, constant is. In het eerste geval kan de baan een willekeurige kromme zijn, in het tweede beschrijft het punt een rechte lijn (eenparige rechtlijnige of kromlijnige beweging). Als t de tijd voorstelt en ...

Lees verder
1937
2023-01-30
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

eenparig

bn., bw. (1 eenstemmig, eendrachtig; 2 gelijkmatig): 1. met eenparige stemmen, algemene; zij besloten het eenparig; de vergadering was eenparig van oordeel; 2. een eenparige beweging; een eenparig versnelde beweging.

Lees verder
1930
2023-01-30
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

eenparig

(‘e:n'pa:rəch) bn. en bw. (-er, -st) 1. gezamenlijk : van gevoelen. Syn. → eendrachtig. 2. algemeen : met -e stemmen; besluiten. 3. gelijkmatig : een -e beweging; een versnelde beweging.

Lees verder
1921
2023-01-30
Levende taal

T. Pluim - 1921

Eenparig

houden sommigen voor één-barig — zich als één gedragende (baren = dragen). Eenbarig zou dan door volksetymologie eenparig zijn geworden, nl. één paar vormende (wat echter éénparig niet beteekent).

1911
2023-01-30
pluim

Keur van Nederlansche woordafleidingen

Eenparig

Sommigen denken aan een-barig: zich als één gedragende, vgl. een-drachtig, (baren = dragen; ’t Middelhoogd. had einbär). Eenbarig zou dan door volksetymologie: eenparig geworden zijn. Anderen zien in ’t woord de bet. van één-paar-vormende, hoewel een paar toch altijd nog een tweetal veronderstelt.

1898
2023-01-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Eenparig

EENPARIG, bn. en bw. (-er, -st), eenparig van gevoelen, van oordeel zijn, onderling overeenstemmen in; — met eenparige stemmen een besluit nemen, met algemeene stemmen, uit de stemming bleek dat de leden overeenstemden ten opzichte van die zaak; eenparig werd besloten afwijzend te beschikken op, met eenparige stemmen; — eene,eenparige...

Lees verder
1898
2023-01-30
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Eenparig

zie Eendrachtig.