Wat is de betekenis van eenheid?

2019
2022-08-08
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

eenheid

eenheid - Zelfstandignaamwoord 1. bij elkaar horend geheel met kenmerkende eigenschappen. Deze mensen werden door deze dreiging tot een eenheid samengesmeed met gemeenschappelijk doel. De mobiele eenheid (ME) is een groep politieagenten die als geheel op...

Lees verder
2018
2022-08-08
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

eenheid

eenheid - zelfstandig naamwoord uitspraak: een-heid 1. de basis van meten en tellen ♢ een eenheid van gewicht is de kilogram 2. zelfstandige afdeling van iets ♢ dit gebouw bestaat uit vier woone...

Lees verder
1992
2022-08-08
Basisboek Methoden en Technieken

Basisboek Methoden en Technieken

Eenheid

Object bij wie, waarbij of waarover gegevens worden verzameld. Onderzoekseenheden zijn niet noodzakelijkerwijs mensen / personen.

1990
2022-08-08
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

eenheid

eenheid - Het één of volledig lijken te zijn.

1973
2022-08-08
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Eenheid

v. (-heden), 1. de eigenschap van niet verdeeld of meervoudig te zijn, van geen verschillen op te leveren, onderling gelijksoortig te zijn: eenheid van prijzen; gelijkheid van denken en streven, overeenstemming, harmonie: er heerste geen eenheid; eenheid van beginselen; vandaar eigenschap van een hecht samenhangend geheel te vormen: de eenheid van...

Lees verder
1952
2022-08-08
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Eenheid

s., ienheit, ienichheit, ienigens.

1950
2022-08-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Eenheid

v. (...heden), 1. de eigenschap van niet verdeeld of meervoudig te zijn, van geen verschillen op te leveren, onderling gelijksoortig te zijn: eenheid van prijzen, van loon, van afmetingen, van taal; — gelijkheid van denken en streven, overeenstemming, harmonie: er heerste geen eenheid; eenheid van beginselen; vand. eigens...

Lees verder
1947
2022-08-08
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

EENHEID

is een der grondbegrippen van de (zuivere of toegepaste) wiskunde. In fysische betekenis zijn eenheden voorwerpen of verschijnselen, die ondubbelzinnig onderscheidbaar en herkenbaar zijn, terwijl niettemin hun onderlinge verschillen buiten rekening gelaten worden, zodat enkel op hun aantal wordt gelet; bijv. vijf appels, tien zonsverduisteringen of...

Lees verder
1937
2022-08-08
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

eenheid

v. eenheden (1 de eigenschap van één, d. i. niet verdeeld, te zijn; 2 een hecht samenhangend geheel; 3 rekenk. getal, dat niet door samenvoeging van meer dan één gelijksoortige grootheid ontstaan is; 4 aangenomen maat, grootte of hoeveelheid, waarmee men andere grootheden of hoeveelheden afmeet): 1. de eenheid van maten...

Lees verder
1933
2022-08-08
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Eenheid

elk op zichzelf staand, werkelijk bestaand of slechts ondersteld voorwerp dat een geheel vormt; ook elk afzonderlijk voorw. y/e reeks.

1933
2022-08-08
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Eenheid

(= niet verdeeld zijn). Eenheid van God. God is volmaakt één, omdat in God iedere samenstelling ontbreekt. ➝ Drieëenheid, Eenheid van den mensch. Het menschelijk individu is geen absolute e., gelijk het materialistisch en het spiritualistisch ➝ monisme leeren, die in den mensch resp. een puur stoffelijke (Democriet, La Mettrie,...

Lees verder
1916
2022-08-08
Technisch woordenboek

H.J. van Eyk

Eenheid

1e. Elk voorwerp op zich zelf beschouwd. 2e. De maat, gebruikt tot het beoordeelen van zekere hoeveelheden of eigenschappen. Zie ook Ampère, Volt, Watt, Farad, Ohm, meter, gram, liter, graad, seconde, are, stère, etc.

Lees verder
1916
2022-08-08
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Eenheid

Eenheid - 1) (rekenkunde en algebra), doorintuïtie bekend grondbegrip, dat aan het begripgetal ten grondslag ligt. De gewone rekenkundewerkt met éen enkele eenheid: alle meetbaregetallen worden opgevat als uitkomst van eenwillekeurig aantal bewerkingen: optelling, af-trekking, vermenigvuldiging, deeling, op een-heden toegepast, bijv. t + ± + ± + 1...

Lees verder
1898
2022-08-08
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Eenheid

EENHEID, v. (...heden), de willekeurige maat die men heeft aangenomen om daarmede andere grootheden van dezelfde soort te vergelijken; — concrete eenheid, eene bepaalde grootheid: ééne el, één dag, één jaar enz.; — abstracte eenheid, één; — eene verzamelende eenheid, eene hoe...

Lees verder
1870
2022-08-08
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Eenheid

Eenheid (Eene) is elk afzonderlijk voorwerp. Zij is geen getal, maar door zamenvoeging van eenheden wordt een getal gevormd, terwijl eene bepaalde zamenvoeging van eenheden of een bepaald getal ook weder als eene (collectieve) eenheid kan worden beschouwd. Alleen gelijksoortige eenheden kan men tot een getal zamenvoegen. Beschouwt men een getal in...

Lees verder