Wat is de betekenis van Eendrachtig?

2019
2022-12-07
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

eendrachtig

eendrachtig - Bijvoeglijk naamwoord 1. samen met één doel en zonder ruzie Eendrachtig werkten alle mensen samen om de dijk te dichten na de dijkdoorbraak. Woordherkomst afleiding van eendracht met het achtervoegsel -ig

Lees verder
1973
2022-12-07
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Eendrachtig

bn. enbw. (-er, -st), eensgezind, zonder geschillen samenwerkend of -levend, of aldus plaatshebbend; in harmonie.

1952
2022-12-07
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Eendrachtig

adj. & adv., iendrachtich -riedich, -moedich, goedergemiens.

1950
2022-12-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Eendrachtig

bn. bw. (-er, -st), eensgezind, zonder geschillen samenwerkend of -levend, of aldus plaats hebbend, in harmonie.

1937
2022-12-07
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

eendrachtig

bn., bw. (eensgezind; zonder geschillen samenwerkend of samenlevend; blijken gevende van, strevende naar eendracht): eendrachtige samenwerking; eendrachtig handelen.

1930
2022-12-07
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

eendrachtig

(e:n'drachtəch) bn. en bw. (-er, —st) eensgezind naar hetzelfde doel strevend : -e samenwerking; handelen. Syn. eenparig, eens, eensgezind, eenstemmig.

1898
2022-12-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Eendrachtig

EENDRACHTIG, bn. bw. (-er, -st), eensgezind, vreedzaam. EENDRACHTIGHEID, v. EENDRACHTIGLIJK, bw. (w. g.).