een graantje pikken
(19e eeuw) (euf.) een borreltje drinken. Graantje ook af en toe als zelfstandig naamwoord voor borrel (o.a. bij A. Fokke Simonsz. in het begin van de 19de eeuw). Er wordt op een verbloemende wijze gerefereerd aan het voornaamste bestanddeel van (graan)jenever. Zie ook: graantjespikker*. • Klaas is ondeugend geweest; Klaas het een graantje gepi...