Wat is de betekenis van Een doerak?

1925
2021-08-05
Nederlandse spreekwoorden

Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (1923-1925) door F.A. Stoett

Een doerak

Dit scheldwoord dat gebezigd wordt in den zin van gemeene kerel, deugniet, schavuit, loeder, sallepatter (zie Sjof. 169, 200), salamander (Sjof. 270), of van een vrouw gezegd: gemeen kreng, wijf, is ontleend aan het Russische doerak, domoor, dwaas. Eerst in deze eeuw is het aangetroffen o.a. in Jord. 42; 139 en ...

Lees verder