Wat is de betekenis van echtheid?

2024-05-22
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-05-22
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

echtheid

echtheid - Zelfstandignaamwoord 1. het echte, authentieke karakter van iets De echtheid van het bestaan. Woordherkomst Afgeleid van echt met het achtervoegsel -heid. Synoniemen authenticiteit, onvervalstheid Antoniemen onechtheid, valsheid Verwante begrippen...

2024-05-22
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

echtheid

echtheid - zelfstandig naamwoord uitspraak: echt-heid 1. het echt zijn ♢ de echtheid van dit kunstwerk is wel bewezen Zelfstandig naamwoord: echt-heid de echtheid Synoniemen authenticiteit

2024-05-22
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Echtheid

s., echtens.

2024-05-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Echtheid

v., g. mv., de eigenschap van niet nagemaakt of vervalst, niet onoprecht of geveinsd te zijn; — in ’t bijz. van geschriften en documenten, ook in de zin van: inderdaad van degene aan wie het wordt toegeschreven.

2024-05-22
Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

ECHTHEID

(van kleurstoffen) noemt men de mate van bestendigheid van kleurstofuitvervingen (op textiel, papier, enz.) t.o.v. zeer verschillende invloeden als licht, warmte, zeepsop, zweet, chloor, enz. De beoordeling hiervan geschiedt op een nauwkeurig omschreven wijze, welke berust op een vergelijking met een zorgvuldig uitgezochte reeks standaarduit...

2024-05-22
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

echtheid

v. (1 het niet nagemaakt of vervalst zijn; het inderdaad v. e. schrijver zijn, aan wien iets wordt toegeschreven; 2 het op waar gevoel berusten; 3 waarheid, juistheid inz. van tijdingen): 1. de echtheid v. e. edelsteen; de echtheid van de zangen van Ossian; 2. de echtheid zijner verzen; 3. voor de echtheid dezer berichten sta ik in.

2024-05-22
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

echtheid

('echtheit) v. het → echt (I) zijn inz. 1. (4) a. Algm. het niet vervalst zijn : de van een brief. b. Inz. het inderdaad van de schrijver zijn, aan wie het wordt toegeschreven : de van een geschrift. 2. (6) het berusten op waar gevoel : de van een gedicht. 3. (8) betrouwbaarheid, waarheid : de van een bericht.

Wil je toegang tot alle 12 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-05-22
Christelijke encyclopedie

F.W. Grosheide (1926)

Echtheid

van een Bijbelboek is een uitdrukking, waarmee men veelal te kennen geeft, dat een boek is van den schrijver, op wiens naam het staat of dat een boek tot den canon, tot de Heilige Schrift behoort. De uitdrukking leidt echter tot verwarring. Beter is het te spreken van canoniciteit en daaronder te verstaan, dat een geschrift canoniek is, dat is geza...