Wat is de betekenis van Echtelijk?

2019
2021-10-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

echtelijk

echtelijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. (formeel) betrekking hebbend op het huwelijk en/of een echtpaar Woordherkomst afgeleid van echt met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e- Antoniemen onechtelijk Verwante begrippen huwelijks

Lees verder
2018
2021-10-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

echtelijk

echtelijk - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ech-te-lijk 1. van een echtpaar ♢ waar is de echtelijke slaapkamer? 1. de echtelijke staat [het getrouwd zijn] Bijvoeglijk naamwoord:...

Lees verder
1973
2021-10-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Echtelijk

bn., met betrekking tot de echt, daartoe behorende; de echtelijke woning verlaten, die van de echtelieden; de echtelijke staat, huwelijksstaat.

1950
2021-10-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Echtelijk

bn., betrekking hebbende op de echt, daartoe behorende: echtelijk geluk; echtelijke plichten; echtelijke trouw, huwelijkstrouw; — de echtelijke woning verlaten, die der echtelieden; — de echtelijke staat, huwelijksstaat; — echtelijke gemeenschap, omhelzing, die van man en vrouw.

1898
2021-10-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Echtelijk

ECHTELIJK, bn. betrekking hebbende op den echt: echtelijk geluk, huwelijksgeluk; echtelijke plichten, huwelijksplichten; de echtelijke woning verlaten, die der echtelieden; — de echtelijke staat, huwelijksstaat; — echtelijke gemeenschap, omhelzing, die van man en vrouw; — bw. (w. g.) wettiglijk, deugdelijk.

Lees verder