2020-01-27

Dulden

DULDEN, (duldde, heeft geduld), verdragen, verduren: dat is niet langer te dulden; — toelaten duld dat ik u zegge; — het papier duldt alles {het papier is geduldig), men kan er alles op zetten wat men wil, wat waar of niet waar is, wat men meent of niet meent; — ik duld hem hier niet langer, ik wil niet dat hij hier blijft; — we worden geduld, men zou ons liever zien heengaan. DULDING, v. verdraagzaamheid; geduldig lijden.

2020-01-27

dulden

dulden - regelmatig werkwoord uitspraak: dul-den 1. ermee instemmen, zeggen dat het mag ♢ zijn ouders dulden dat gedrag 1. geduld worden [men accepteert dat je er bent, maar niet van harte] Regelmatig werkwoord: dul-den ik duld jij/u duldt

  • 2020-01-27

    dulden

    dulden - Werkwoord 1. (ov) bereid zijn iets ongestraft te laten Hij duldde niet langer dat ze hem nadeden en werd daarom kwaad. Synoniemen pikken, gedogen, velen, tolereren

    2020-01-27

    Dulden

    zie Doorstaan, zie Gedoogen.

    2019-11-14

    lijden (dulden)

    Oud is de formule bij Gods heilig lijden. Deze eed kon ijdel gebruikt worden en zich vervolgens ontwikkelen tot stopwoord en uitroep. Variant is lyden. Stoett (1932) noteert voor de 16de eeuw ook nog bij Gods lijden en anders 'bij het lijden en andere dingen van God’. In de 17de eeuw komt ook voor o lijden bloed. Zeventiende-eeuws is ook o gans saccarliden en o sacker lyden. Met dit woord wordt de bastaardvloek gans lijden gevormd, waar...

    2019-04-28

    Gedoogen — dulden — toelaten — veroorloven

    Zich tegen het een of ander niet verzetten. Toelaten heeft de algemeene beteekenis; gedoogen voegt daar het bijdenkbeeld aan toe, dat men wel de macht heeft om zich tegen iets te verzetten, doch het oogluikend toelaat, of werkeloos aanziet. Dulden is het lijdelijk toelaten van iets onaangenaams dat ons aangedaan wordt. Veroorloven veronderstelt dat men geheel uit vrijen wil toelaat, wat men in zijne macht had te weigeren of te beletten. Het nadert meer tot de beteekenis van toestaan, vergunnen....

    2019-04-28

    Doorstaan — dragen — dulden — lijden — ondergaan — uithouden — uitstaan — verdragen — verduren

    Het een of andere kwaad ondervinden, waartegen men zich niet verzet. Lijden drukt dit denkbeeld in het algemeen uit. Doorstaan is lijden ten einde toe, hier¬bij heeft men tevens het oog op de krachtsinspanning van den lijder in verhouding tot het kwaad, dat geleden wordt. Hij kon die operatie niet doorstaan, zijne krachten konden het niet uithouden. In de meeste gevallen wordt het niet bezwijken onder het leed of het kwaad er door uitgedrukt. Het eene schip leed schipbreuk, het andere doorst...

    2019-04-28

    Toelaten

    zie Dulden. zie Gedoogen.

    2019-07-17

    tolereeren

    tolereeren - dulden, toelaten,verdragen.

    2019-09-19

    tolereren

    dulden, toelaten, verdragen.

    2019-07-10

    tolereeren

    tolereeren - bw. gel., dulden, verdragen, gedoogen, toelaten

    2018-12-06

    SOUFFREEREN

    SOUFFREEREN - (souffreerde, heeft gesouffreerd), lijden; dulden.

    2018-09-02

    Duldbaar

    DULDBAAR, bn. te dulden, geduld, verdragen kunnende worden; houdbaar.

    2019-07-10

    souffreeren

    souffreeren - bw. gel., lijden, dulden

    2018-12-06

    VERDUREN

    VERDUREN - (verduurde, heeft verduurd), verdragen, dulden, lijden: pijn, koude, hitte verduren; — in prijs stijgen. VERDURING, v. het verduren.

    2018-12-02

    Tolereeren

    Tolereeren - (tolereerde, heeft getolereerd), dulden, verdragen, gedoogen, toelaten.

    2018-11-01

    Oogluikend

    bn. doende alsof men iets niet ziet: iets oogluikend toelaten, dulden.

    2019-09-20

    Belisha-bakens

    oranje ballons op palen in Londen, om deoversteekplaatsen aan te dulden.

    2018-11-01

    Onduldbaar

    Onduldbaar bn. niet te dulden, ondraaglijk : zijn blik spreekt van onduldbaar lijden.

    2018-09-02

    Doogen

    DOOGEN, (doogde heeft gedoogd), (gew.) lijden dulden, doorstaan; — toelaten, gedoogen; vgl. mededoogen.