Wat is de betekenis van Duitstalige?

2020
2020-10-31
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek

Duitstalige

iemand die Duitstalig is. iemand die Duitstalig is; iemand die het Duits als moedertaal heeft. Voorbeelden: "Moet ik nu blij of ongelukkig zijn?", twijfelt de enige Duitstalige binnen de Belgische selectie. De Standaard, 1996 Josepf Maraîte, de minister-president van de Duitstaligen, is een enthousiast Belg en...

Lees verder
2020
2020-10-31
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Duitstalige

Duitstalige - Bijvoeglijk naamwoord 1. verbogen vorm van de stellende trap van Duitstalig

Lees verder