Duin
v. en o. (-en), (o. als verzameln.), 1. heuvel van fijn zand, door de wind samengestoven, inz. zoals zij in rijen langs de zee liggen : de duinen zijn hier zeer hoog en breed ; op de top van een hoog duin ; 2. als verzamelnaam : het geheel der duinen, uit duinen bestaande streek: in het duin wandelen ; bosrijk duin; 3. (gew.)...