Synoniemen van droog

2019-12-14

Droog

zie ook droogstaan; geen oog blijft droog: 1. een droge haring,een saaie vent, zonder veel fantasie. 2. zo - als Sinterklaas zijn achterwerk/reet,schertsend gezegd van iets dat erg droog is.

2019-12-14

Droog

1. Bijnaam 'de droge', voor een nuchter, zwijgzaam persoon met een droge humor of voor een saaie droogstoppel; mogelijk kan ook aan een 'dorstige' gedacht worden (vgl. Droogleever?). 2. Zeker als een verband blijkt met een variant met voorzetsel 'van': een toponiem, wellicht duidend op een droog stuk land of een droogmakerij; vergelijk De Drogen als naam voor een zandbank bij Rozenburg en de familienaam Droogendijk die op een dijk wijst die niet bestemd is voor de kering van het buitenwater. 3....

2019-12-14

droog

Witte wijn zonder een spoortje zoet. Uitdrukking: 'Nou, deze wijn is wel erg droog, zeg!’ waarmee gewoonlijk bedoeld wordt dat er een tandglazuur verslindende zure wijn in het glas zit.

2019-12-14

Droog

DROOG, bn. en bw. (droger, droogst), zonder vocht (tegengestelde van nat, vochtig): de wasch is nog niet droog; droge kleeren aantrekken; — geen drogen draad aan ’t lijf hebben, doornat zijn; — eene droge sloot, waar geen water meer in is; — droog weer, zonder regen: — het is droog, 't regent niet meer; — eene droge bui, korte tijd dat het droog is tusschen twee regenbuien in; hier zitten we droog, voor ’t water, (inz.) voor den regen beschut; — (bij uitbr.) daar zat hij, hoog en...

2019-12-14

droog

droog - Bijvoeglijk naamwoord 1. geen of zeer weinig vocht bevattend Die broek is weer droog. 2. zonder gevoel, saai, dor (-> droogkloot) 3. op een quasi ernstige manier een grap maken Ze is komisch, droog, vilein, naïef en tegelijk berekenend. 4. van wijn: niet zoet Mag ik van u een droge witte wijn. droog - Werkwoord 1....

2019-12-14

droog

Gezegd van demarrages die op een soepele, vlugge en zelfverzekerde manier worden uitgevoerd. Frans: demarrage sec. Droge spieren zijn goed zichtbare, welgevormde spieren. De zege in de laatste wereldbekercross van het seizoen ging naar Adrie van der Poel. Die sloeg toe in de vierde van in totaal acht ronden. De Nederlands kampioen liet de Italiaan Pontoni, de Zwitser Frischknecht en de Belgen De Clercq en Nijs met een droge demarrage in de steek. (Algemeen Dagblad, 18/01/1999) En dan, op een he...

2019-12-14

droog

droog - bijvoeglijk naamwoord 1. zonder vloeistof ♢ de was is droog 1. ze eten droog brood [zonder boter of beleg] 2. de baby is droog [heeft niet in zijn broek geplast] 3. een droge keel hebben [dorst hebben]