Wat is de betekenis van drommel?

2019
2021-06-22
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

drommel

drommel - Zelfstandignaamwoord 1. duivel 2. beklagenswaardig persoon 3. uitroep van boze verontwaardiging drommel - Bijvoeglijk naamwoord 1. duivels Vorige week zagen en hoorden we SP-wethouder Laurens Ivens zijn eigen beleid prijzen inzake Airbnb. Hij had na maandenlange bikkelharde onderhan...

Lees verder
2004
2021-06-22
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

drommel

Eufemisme voor duivel; voornamelijk als uitroep of bastaardvloek: ‘De drommel, wat hoor ik daar?’ Ook in uitdrukkingen zoals: ‘de drommel mag het weten; iemand voor de drommel wensen enzovoort’. Door de duivel een bijnaam te geven, vermijdt men zijn echte naam te moeten uitroepen. Volgens het WNT wellicht ontleend aan het Middelnederlandse woord ‘d...

Lees verder
1997
2021-06-22
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

drommel

Door de duivel een pseudoniem te geven, vermijdt men het noemen van zijn naam, waardoor hij niet echt aan- of opgeroepen wordt (Rooijakkers 1994). Drommel betekende oorspronkelijk ‘klein, ineengedrongen mannetje’ en werd door betekenisoverdracht een wat gemoedelijk klinkend woord voor duivel. In het Middelnederlands vinden...

Lees verder
1973
2021-06-22
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

drommel

m. (-s), 1. gemoedelijk voor: duivel, de Boze: loop naar de —, daar mag de — uit wijs worden; daar speelt de mee, daar begrijp ik niets van; om de niet, zeker niet, in het geheel niet; voor de(n) —!, de —!, krachtterm; 2. een arme —, medelijdende ben. voor een beklagenswaardig persoon.

Lees verder
1952
2021-06-22
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Drommel

s., drommel, droes, deale; arme —, earme lúsangel; om deniet om ’e wet net, om ’e deale net, om ’t effen net; wat —, deale, diker, diveker deksel.

1950
2021-06-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Drommel

I. m. (-s), gemoedelijk voor: duivel, de Boze: loop naar de drommel; daar mag de drommel uit wijs worden; daar speelt de drommel mee, daar begrijp ik niets van; om de drommel niet, zeker niet, in ’t geheel niet; voor de{n) drommel! — de drommel! krachtterm; — een arme drommel, medelijdende benaming voor een beklagenswaardig persoo...

Lees verder
1919
2021-06-22
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Drommel

verzachtende benaming voor den duivel; voor gewone personen: een beklagenswaardige persoon, een arme drommel; waarschijnlijk ontleend aan mnd. drummel, klein ineengedrongen mannetje, duivel, Ook in bet. = drom (menigte) en dan van gelijken stam. Vondel 6, 507: „Harten, door het vlacke velt, in eenen drommel rennende.”

1898
2021-06-22
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Drommel

Het begrip drommel heeft 3 verschillende betekenissen: 1. drommel - DROMMEL, m. (-s), duivel, de booze loop naar den drommel; daar mag de drommel uit wijs worden; voor den drommel;! de drommel! duivel!; — (als medelijdende benaming) geef dien armen drommel een cent. 2. drommel - DROMMEL, m. menigte, massa, alles minachtend gezegd) daar is d...

Lees verder