Wat is de betekenis van drillen?

2020
2021-03-01
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

drillen

Het begrip drillen heeft 4 verschillende betekenissen: 1) trainen. mensen of dieren in iets trainen met harde middelen, en zonder enig kritisch nadenken te dulden. 2) een vis afmatten. een vis aan de haak afmatten door voortdurend de lijn afwisselend aan te halen en te vieren. 3) boren. boren met een tezelfdertijd draaiende e...

Lees verder
2020
2021-03-01
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

drillen

(17e eeuw) copuleren, neuken. Betekent eigenlijk: boren*. • Ik liet me liever villen, Als met een brave tas somtijts niet eens te drillen. (Molenhof, Kroll. Ritz: De Krollende Ritzaart, met de Gulde legenden van Jan van Tongeren. 1658) • Haar man die met verstand haar lustig leerde drillen die is nu uit het land... (Het Vermakel...

Lees verder
2019
2021-03-01
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

drillen

drillen - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord dril drillen - Werkwoord 1. (intr) schudden, trillen toen hij de pot met pudding op tafel zette, stond die nog geruime tijd na te drillen 2. (ov) (militair) oefeningen doen, exerceren op harde wijze, af...

Lees verder
2017
2021-03-01
Soldaten

Jargon & Slang van Soldaten

Drillen

Drillen - soldaten leren exerceren en in rijen lopen. Van Eng. drill = groef, voor. Lett. in rijen zaaien.

1977
2021-03-01
Erotisch woordenboek

Geschreven door Hans Heestermans (1977)

drillen

drillen - coïre; eig. ‘boren’. Spits, wat dochtje van die billen. Is het niet goed tijd-verdrijf? 'k wou haer alsoo lief eens drillen, Als het schoep in No vijf. Niet dat iek daer mee wil seggen, Dat die van de slag niet weet: Neen, sy kan wel onder leggen, 'Twasser, seytze, anders leet, Amst. Sonne-schyn, B v°, [1639...

Lees verder
1974
2021-03-01
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

drillen

in rijen zaaien of poten van gewassen m.b.v. een werktuig waarbij zaad, pootgoed of kunstmest naar beneden valt door zaaipijpen, waarvan de uiteinden door de grond woelen.

1972
2021-03-01
ABC van de Hengelsport

Schrijver op Ensie

Drillen

Drillen - Het afmatten en boven het schepnet brengen van de aangeslagen vis. Hierbij worden veel (ik durf haast zeggen de meeste) fouten gemaakt. Een goede dril moet aan de volgen¬de eisen voldoen: de slip van de molen moet goed afgesteld zijn en eigenlijk niet ver¬anderd worden tijdens de dril; de hengelaar moet zorgen dat de vis geen oge...

Lees verder
1970
2021-03-01
Antiek encyclopedie

De grote encyclopedie van antiek

Drillen

zie Radgravure.

1950
2021-03-01
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Drillen

(drilde, heeft gedrild), I. overg., 1. een trillende beweging geven, bepaaldelijk bij het mikken van wapens die men werpt: hij drilde zijn speer; — 2. (zeew.) winden: een schip op de helling drillen ; 3. boren, gaten maken (met de drilboor); — de naalden drillen, de scherpe kanten der ogen afslijpen; 4. volgens strenge regels africht...

Lees verder
1898
2021-03-01
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Drillen

DRILLEN, (drilde, heeft gedrild), gaten maken (met de drilboor); — de naalden drillen, de scherpe kanten der oogen afslijpen; — in den wapenhandel onderrichten, oefenen een goed gedrilde troep is tegen eene ordelooze menigte bestand; — africhten (in eenige kunst, voor een examen): ontwikkeling wordt op deze school niet beoogd, d...

Lees verder
1898
2021-03-01
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Drillen

zie Draaien.

1870
2021-03-01
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Drillen

Drillen heeft vooral de beteekenis van dresséren, en men gebruikt dat woord doorgaans van recruten, die in den wapenhandel en de exercitie worden onderwezen. Het werken met de drilboor wordt ook drillen genoemd.