2020-04-07

dreunen

dreunen - Werkwoord dreunen - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord dreun

2020-04-07

Dreunen

DREUNEN, (dreunde, heeft gedreund), sterk trillen, gepaard gaande met een dof geluid: het huis dreunt als die zware wagens voorbijgaan; die kanonnen doen alles dreunen; — dof en zwaar weerklinken, met eene trilling gepaard gaande: een dreunende donderslag; dreunende kanonschoten; — bel maar, dat het huis dreunt, dat het in het geheele huis weerklinkt; — op eene eentonige manier lezen, opzeggen, vgl. opdreunen. DREUNING, v. (-en).

2020-04-07

dreunen

dreunen - regelmatig werkwoord uitspraak: dreu-nen 1. dof klinken of trillen ♢ het hele huis dreunde toen er een vrachtwagen langskwam Regelmatig werkwoord: dreu-nen ik dreun jij/u dreunt hij/zij dreunt wij/zij/jullie dreunen ik/jij/u/hij/zij dre...

2020-04-07

Dreunen

zie Daveren.