Wat is de betekenis van dosis?

2022
2022-05-16
vindpunt

Vindpunt.nl

dosis

(zelfstandig naamwoord) [alg.] zie: geen Engels, rechtstreeks uit het Latijn

Lees verder
2019
2022-05-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

dosis

dosis - Zelfstandignaamwoord 1. (medisch) hoeveelheid van een geneesmiddel die je per keer moet innemen Omdat het medicament onvoldoende werkte verdubbelde de arts de dosis. Woordherkomst van het Latijnse woord Verwante begrippen doseren

Lees verder
2018
2022-05-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

dosis

dosis - zelfstandig naamwoord uitspraak: do-sis 1. hoeveelheid die je in één keer moet gebruiken ♢ de dosis van dit medicijn is: drie maal per dag innemen 1. een flinke dosis [veel] ...

Lees verder
1994
2022-05-16
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Dosis

[Gr. = gave, van didonai = geven] hoeveelheid, spec. van artsenij die in één keer mag worden toegediend; ook fig., bijv.: een grote dosis zelfvertrouwen, een aanzienlijke geduld.

1993
2022-05-16
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Dosis

hoeveelheid

1987
2022-05-16
Natuurlijk alternatief

Homeopathie encyclopedie

Dosis

De grote vraag in de homeopathie en fytotherapie is altijd: hoeveel? Over het algemeen is dat ondubbelzinnig duidelijk aangegeven op verpakkingen, bijsluiters of in beschikbare vademecums. Als grove richtlijn geldt dat u per keer vijf tot twintig druppels in moet nemen. Dat kan in een beetje schoon water of-als u het niet al te scherp vindt smaken-...

Lees verder
1973
2022-05-16
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Dosis

[Gr., gift], v. (-sen, doses), 1. hetgeen men geeft of toedient, m.n. van een geneesmiddel; vandaar oneig.: een grote do sis hoogmoed, tamelijk veel; 2. maat voor de fysiologische inwerking van chemische strijdmiddelen op het lichaam; 3. maat voor de door (het gebruik van) chemische strijdmiddelen veroorzaakte besmetting van een terreingedeelte. D...

Lees verder
1955
2022-05-16
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Dosis

hoeveelheid van een geneesmiddel; i.h.a. hoeveelheid

1954
2022-05-16
Medisch Encyclopedie 1954

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Dosis

de per keer te nemen hoeveelheid van een geneesmiddel; de minimale dosis is de kleinste hoeveelheid die werkzaam kan zijn; de maximale dosis is de grootste hoeveelheid welke (per keer of per etmaal opgegeven) meestal zonder gevaar kan worden toegediend; de optimale dosis is die hoeveelheid, welke het beste effect heeft met de minste bijwerking.

1950
2022-05-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Dosis

(Gr.), v. (-sen, doses), hoeveelheid, oorspr. van een geneesmiddel; vand. oneig.: een goede dosis hoogmoed, tamelijk veel; — ook wel praegn. voor: een aanmerkelijke hoeveelheid.

1948
2022-05-16
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

dosis

v. grift, inz. artsenijgift; hoeveelheid, aandeel.

1937
2022-05-16
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

dosis

v. dosissen (Gr.-Lat. gift; [kleine] hoeveelheid inz. v. een geneesmiddel): een kleine — gezond verstand, hoeveelheid; l. dozis.

1933
2022-05-16
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Dosis

(voorgeschreven) hoeveelheid geneesmiddelen, humor, verstand, enz.

1933
2022-05-16
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Dosis

maximale, noemt men in de geneesk. de hoeveelheid van geneesmiddelen, die op recepten niet overschreden mag worden, zonder dat de geneeskundige, door achter de voorgeschreven hoeveelheid een uitroepteeken te plaatsen, aangeeft, dat hij bewust meer dan de gebruikelijke hoeveelheid voorschrijft. Rillen.

1923
2022-05-16
Pinkhof 1923

Pinkhof geneeskundig woordenboek

Dosis

(δόσις), gift van een geneesmiddel. D. efficax (Lat.), werkzame, d. i. de kleinste werkzame gift van een middel. D. refracta, (gebroken) kleine gift. D. maxima, maximale dosis (beter dan maximaaldosis), grootste gift van een geneesmiddel, welke zonder toevoeging van een ! nog mag worden voorgeschreven.

1923
2022-05-16
Uitheemsche geneeskunde termen

dr. H. Pinkhof, 2e druk 1935

Dósis

gift van een geneesmiddel. D. éfficax (Lat.), werkzame, d.i. de kleinste werkzame gift van een middel. D. refracta, (gebroken) kleine gift. D. maxima, maximale dosis (beter dan maxi-aaldosis), grootste gift van een geneesmiddel, welke zonder toevoeging van een! nog mag worden voorgeschreven.

Lees verder
1916
2022-05-16
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Dosis

Dosis - (Gr.), gave, gift, artsenijmaat, de hoeveelheid, die men den patiënt in één keer geeft.

1898
2022-05-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Dosis

DOSIS, v. (-sen, doses), hoeveelheid van een geneesmiddel; (fig.) eene goede dosis hoogmoed, tamelijk veel.

1870
2022-05-16
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Dosis

zie Gift.

1864
2022-05-16
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

dosis

dosis - v. (dosissen), hoeveelheid; (ook) medicinaalgift; (fig.) eene goede dosis (tamelijk veel) hoogmoed

Lees verder