Wat is de betekenis van Dorp?

2024-02-21
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

dorp

(2011) (Amsterdam, trambestuurders) grote menigte bij een halte. • ‘Er staat al een heel dorp op ons te wachten,’ zegt hij als ik met een rood hoofd weer op de wagen spring. Hij doelt op de menigte die op station RAI op de halte staat. (Jorie Horsthuis: Op de tram. Een jaar als conducteur in Amsterdam. 2011)

2024-02-21
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

dorp

dorp - Zelfstandignaamwoord 1. een kleine, permanente nederzetting Van de wereldbevolking woont een steeds kleiner deel in dorpen.

2024-02-21
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

dorp

dorp - zelfstandig naamwoord 1. plaats die kleiner is dan een stad ♢ ze is opgegroeid in een dorp op het platteland Zelfstandig naamwoord: dorp het dorp de dorpen het dorpje...

2024-02-21
Brabants Handwoordenboek

Prof. dr. Jos Swanenberg (2015)

dörp

(zn) dorp, centrum van het dorp BM, EK.

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-21
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans (2014)

dorp

in: ’t rooie dorp, de gevangenis bij het Leidseplein (op de Weteringschans): ’t Vondelpark uit en de Amstelveensche weg op, de gevangenis voorbij, ‘Lijkt wel of we na ’t rooie dorp motte,’ zeit de scheerder, ABRAMSZ 109.

2024-02-21
Memo Educatie

Uitgeverij Malmberg (2004)

Dorp

Groepje huizen bij elkaar. Grotere groepen worden dan een dorp.

2024-02-21
Nieuwe Groninger Encyclopedie

P. Brood, A.H. Huussen en J. van der Kooi (1999)

Dorp

Gehucht ten O. van Stroobos in de gemeente Grootegast nabij de Dorpsterweg, parallel aan de zuidoever van het Van Starkenborghkanaal. Ook Het Dorp.

2024-02-21
Dromen encyclopedie

Fink (1998)

Dorp

Voor de stedeling symboliseert het dorp de wens om terug te keren naar een eenvoudige en natuurlijke leefwijze. Het dorp symboliseert echter ook de bekrompenheid die misschien op ons gevoelsleven drukt. ‘Op een dorp wonen’ interpreteren Egyptische droomuitleggers als de wens naar het vreedzame bestaan dat men in de toekomst in de famili...

2024-02-21
Lexicon Nederland en België

Liek Mulder (1994)

Dorp

Dorp, jonker Filips van, Nederlands vlootvoogd, *1587, +1652(?). Van Dorp werd in 1627 luitenant-admiraal van Zeeland en in 1632 van Holland en West-Friesland. Wegens zijn falend optreden tegen de → Duinkerker kapers werd Van Dorp in 1637 vervangen door Maarten Harpertsz. → Tromp.

2024-02-21
Encyclopedie voor Zelfstudie

drs. L.A. Beeloo (1981)

Dorp

In de Germaanse laagvlakte hebben zich verschillende typen van dorpen ontwikkeld. Deze verschillende vormen van aanleg kunnen verklaard worden uit de volgende factoren: de ligging, de historische ontwikkeling en de leefwijze der dorpsbewoners. Zo kunnen onderscheiden worden: 1. Het ronde dorp of het komdorp, het oude Germaanse dorptype. In het noor...

2024-02-21
Encyclopedie van het hedendaagse Friesland

Gerben Abma (1976)

DORP

In de ontwikkeling van de ± 365 Friese dorpen zijn een aantal duidelijke tendenzen te constateren. a.Ontvolking. Met name in de jaren ’50 en ’60 trokken velen weg uit de dorpen, mede in verband met de afstoting van arbeidskrachten uit de agrarische sector. Dit had in de kleinere dorpen ingrijpende gevolgen: het gemeenschapsleve...

2024-02-21
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

dorp

geproklameerde woon- en sakesentrum onder eie plaaslike bestuur, kleiner as stad.

2024-02-21
Encyclopedie van Friesland

Prof. Dr. J.H. Brouwer (1958)

DORP

Thans woonkern ten plattelande, vroeger een samenstellend onderdeel der grietenij. Het corresponderende Fr. woord terp heeft deze ontwikkeling niet meegemaakt en bleef hangen aan de betekenis van bouwland en kunstmatig opgeworpen woonhoogte. In de roomse tijd was veelal het bezit van een parochiekerk voor de status van D. criterium. D. in het were...

2024-02-21
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Dorp

s.n., doarp (it), buorren.

2024-02-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Dorp

o. (-en), 1. bebouwde kom ener gemeente op het platteland (kleiner dan een stad en groter dan een gehucht); bij uitbr.: gemeente op het platteland (dorp is geen officiële naam) ; — in hist. zin iedere plaats zonder grachten, muren en poorten; — (spr.) het kan beter van een stad dan van een dorp, de vermogende kan lichter iets opoff...

2024-02-21
De Kleine Winkler Prins

Winkler Prins (1949)

Dorp

Arend van (1528-1600), Ned. staatsman en krijgsman, veroverde voor Willem I van Oranje in 1572 Mechelen en Dendermonde, in 1573 Tholen. Moest in 1576 Zierikzee aan de Spanjaarden overgeven. Elisabeth C. van (1872-1945), Ned. juriste, econome en politica. Was van 1922-’25 lid der Tweede Kamer. Vertegenwoordigde Ned. in 1927 op Internationale E...

2024-02-21
Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

DORP

een der nederzettingsvormen van de plattelandsbevolking en als zodanig in het gewone spraakgebruik meestal een meer of minder dichtopeengebouwde huizenagglomeratie, waarin zowel de boerenhoeven als de woningen van de landarbeiders en van voor de locale behoeftevoorziening onontbeerlijke ambachtslieden en neringdoenden op verschillende wijzen kunnen...

2024-02-21
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

dorp

o. -en ([bebouwde kom ener] gemeente op het land, kleiner dan een stad, groter dan een gehucht; de gezamenlijke bewoners): hij woont op een —; -achtig, bn., bw.: -e manieren; zij is — gekleed, dorps.

2024-02-21
Encyclopedie voor Iedereen

John Kooy (1933)

Dorp

plaatsje o/h platteland met landelijke bevolking; is geen administratieve eenheid. De Ned. wet kent alleen gemeenten en maakt géén verschil tusschen dorp en stad.

2024-02-21
Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Dorp

1° Arend van, Ned. staatsman, heer van Teemsche, Maasdam, Middelhamis; * 1630, ♰ 2 Aug. 1600 te Den Haag. Rentmeester van Max. van Bourgondië in Duiveland, later curator van diens bezittingen. Bevordert en neemt deel aan den eersten inval van Oranje in Brabant. Bevordert inneming van Mechelen (1572), hierbij eigen belangen dienend. Als go...