Synoniemen van doos

2020-04-07

doos

(1) een ietwat vulgair eufemisme voor de vagina. Hier seksueel gezien als een container voor de penis. In de zestiende eeuw gebruikte men als metaforen koker* en vat, allebei voorwerpen die iets kunnen bevatten. Volgens Hans Auer (‘Zeg nooit doei’. 1995) wordt dit neutrale woord al gebruikt door hoger opgeleiden, hetgeen erop wijst dat het min of meer acceptabel is. Nochtans wekte in 1999 de reclameslogan ‘De lekkerste dozen van Nederland’ veel ergernis (vooral bij feministen). In deze reclame v...

2020-04-07

Doos

Doos - vrouwelijk schaamdeel. Zie ook studentenjargon.

2020-04-07

doos

doos - Zelfstandignaamwoord 1. een veelal kartonnen balkvormig opslagmiddel Wij deden de boeken in een kleine verhuisdoos. 2. (informeel), (dysfemisme) een vagina 3. (informeel), (pejoratief) (scheldwoord) een vrouw 4. (elektrotechniek) kunststof bakje waarin de verbindingen in een elektrische installatie tot stand worden gebracht 5. (informeel) toilet ik ben op zoek naar de doos, kunt u me even helpen...

2020-04-07

doos

doos - zelfstandig naamwoord 1. waar of waarop je poept of plast ♢ (populair) ik moet nog even naar de doos! 1. een liedje uit de oude doos [van vroeger] 2. bak van karton ♢ de nieuwe schoenen zaten nog in de doos 1. als een duveltje in een doosje ...

2020-04-07

doos

gevangenis In deze betekenis in 1901 voor het eerst aangetroffen, in een literaire tekst, maar vast al ouder. In 1937 voor het eerst opgenomen in een Bargoense woordenlijst, De Gabbertaal van E.G. van Bolhuis. • Een eigenaardig feit is het, dat, toen hij [politiecommissaris Stork] verplaatst werd naar het bureau aan de St Pietershal, een groot aantal van zijn ‘klantjes’, zoo noemden zij zich, meê verhuisde naar de omliggende straatjes en steegjes. Ze hadden nu eenmaal een ‘beste commissa...

2020-04-07

Doos

Het begrip doos heeft 2 verschillende betekenissen: 1. doos - DOOS, v. (doozen), uit eene lichte stof (karton, dun hout, dun metaal) vervaardigd voorwerp, bestemd om iets in te bewaren of over te brengen (lichter dan kist of kistje, minder hoog dan eene bus): eene ronde, eene vierkante doos; vgl. handschoenendoos, hoededoos, kapdoos passerdoos, snuifdoos, tabaksdoos, speeldoos, verfdoos; — bouwdoos, doos met blokjes enz. waaruit de kinderen iets kunnen opbouwen; — ook gebruikt voor...

2020-04-07

doos

doos - vrouwelijk geslachtsdeel (vgl. vat, ton). Als een wilde dook ik boven op haar en ze stopte me loeresje in der doosje, RvzR. 16 [1972].