Door
I. DOOR m. en o. (doren), zie dooier. II. DOOR I. vz., 1. van een punt van de ene zijde ener ruimte (voorwerp) naar een punt aan de andere zijde, zó dat die weg binnen die ruimte ligt: de kogel drong door de plaat, d.i. hij ging er in aan de ene zijde en kwam er uit aan de andere zijde: iem. het zwaard door de borst stoten (...