Wat is de betekenis van Dood?

2019
2021-02-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

dood

dood - Zelfstandignaamwoord 1. (biologie), (medisch), (palindroom), (religie) de toestand na het leven Vele mensen vrezen de dood. 2. (letterkunde) skeletvormige figuur met zeis die bovengenoemde toestand personifieert en op zoek is naar het volgende slachtoffer dood - Bijvoegl...

Lees verder
2018
2021-02-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

dood

dood - bijvoeglijk naamwoord 1. niet meer levend ♢ ik heb een dood vogeltje gevonden 1. dood en begraven zijn [allang vergeten zijn] 2. heden groot, morgen dood ...

Lees verder
2017
2021-02-27
Voetballers

Jargon & Slang van Voetballers

Dood

Dood - 'het spel is dood': gezegd wanneer de bal helemaal over de doel- of zijlijn is gegaan of wanneer het spel door de scheidsrechter is onderbroken.

2010
2021-02-27
Dokterswoordenboek

Ruim 2300 medische begrippen, omschreven door Jannes van Everdingen en Arnoud van den Eerenbeemt

dood

Toestand waarin je niet meer leeft. Het vaststellen dat iemand dood is, is voor een dokter moeilijker dan je denkt. Iemand is pas dood wanneer die persoon niet meer reageert op prikkels van buitenaf, bijvoorbeeld knijpen (bewustzijnsverlies), wanneer de spieren verslapt zijn en wanneer er geen reflexen meer aanwezig zijn. Een test daarvoor is bijvo...

Lees verder
2009
2021-02-27
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

dood

(bn) SP - volledig uitgeput, aan het eind van zijn krachten, haast niet meer vooruit kunnen: dood zijn, zitten, volledig uitgeput zijn; de dood of de gladiolen, zo hard mogelijk fietsen met als resultaat óf totale mislukking (de ‘dood’) óf grote roem (‘gladiolen’ als symbool voor een overwinningsbos bloemen); zo dood als een pier, kapot, aan het ei...

Lees verder
2009
2021-02-27
Golfsportwoordenboek

Golfsportwoordenboek door Jan Luitzen

dood

→ dead

2002
2021-02-27
Funerair Lexicon

Encyclopedisch woordenboek over de dood (2002)

Dood

Een toestand die is ingetreden als de verschijnselen die het leven kenmerken, zoals hartslag en ademhaling, niet meer aantoonbaar zijn en het lichaam tekenen van ontbinding gaat vertonen. Er wordt ook gesproken over: koud, mors, wijlen, aflijvig, mortuus, ontslapen, overleden, mortaliteit, ontzield en expiratie.

2001
2021-02-27
Filosofisch woordenboek

Paul Frentrop - Voor rede vatbaar

Dood

Hij komt. Iedere zeven jaar verdubbelt voor een volwassen mens de kans dat hij sterft. ‘De bleecke dood spaert kleyn noch groot.’1 Wanneer een kudde buffels, zebra’s of wildebeesten op de Afrikaanse steppe graast in de buurt van een groepje luierende leeuwen, dan kijken die planteneters de dood letterlijk in de ogen. Op dat moment...

Lees verder
2000
2021-02-27
Bijbels Lexicon

Door Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart

Dood

De dood in de pot, toestand waarin geen creativiteit meer bestaat; dooie boel. Deze verbinding staat als titel vermeld boven de geschiedenis waaraan zij is ontleend in 2 Koningen 4:38-41. Er heerst hongersnood, en de profeet Elisa geeft de andere profeten bevel een grote kookpot te vullen met groenten en kruiden die zij van het veld verzamelen. Als...

Lees verder
1998
2021-02-27
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Dood

zie ook de smaak van een dood vogeltje in de mond hebben; de witte dood; ik ga liever gewoon dood; over honderd jaar zijn we allemaal dood: 1 de- of de gladiolen/de beker. omschrijving van de alles-of-niets-instelling van een sportman, in het bijzonder een wielrenner. ‘Overwinnen of ten onder gaan’, zoals Van Dale Groot woordenboek hedendaags Neder...

Lees verder
1998
2021-02-27
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

dood

1. Van een contract: onverliesbaar. 2. Van een hand (meestal de dummy): onbereikbaar door gebrek aan entrees of onbereikbaar geworden doordat de entrees zijn weggespeeld (‘dood gemaakt’). Zie ook: dicht; entreeloos; koud; shut-out play

Lees verder
1997
2021-02-27
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

dood

In het Vroegmiddelnederlands noteren wij in de Statuten van Beggaarde te Brugge [1292] zweren bi ons heren doedjofbi ons heren lechame ofbi sire macht ‘zweren bij de dood van onze Heer of bij zijn lichaam of bij zijn macht’. Uit het Middelnederlands kennen wij de eedformule bider doot ons heren ‘bij de dood van Onze-...

Lees verder
1981
2021-02-27
Lexicon der Natuurgeneeskunde

Vraagbaak voor het moderne gezin (Uitgave Milinda Uitgevers, 1981)

Dood

is het ophouden van het leven, speciaal het uitvallen van de bloedsomloop en daarmee van de energiestofwisseling. Waar de tendens van het leven gericht is op opbouw en onderhoud, treedt nu de tendens tot afbraak en vernietiging op. Wanneer de d. intreedt, komt er een einde aan de uitingen van de ziel. Haar verdere lot onttrekt zich aan de waarnemin...

Lees verder
1976
2021-02-27
Yoga lexicon

Verklarend handwoordenboek

DOOD

de Zie: Reïncarnatie.

1965
2021-02-27
Lexicon van de Psychologie

N.Sillamy

DOOD

De gedachte aan de dood veroorzaakt over het algemeen angstgevoelens. De dood betekent het onherroepelijke verlies van de individualiteit, de vernietiging van het → ‘ik’.

1955
2021-02-27
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

DOOD

zie Leven.

1954
2021-02-27
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Dood

het einde van het individuele leven; waarom het leven van een bepaald iemand op een zeker moment ophoudt, weten we in vele gevallen niet precies.

1949
2021-02-27
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Dood

(1), voor de primitieve mens niet een einde, waarop geen nieuw begin, resp. een geheel nieuw begin volgt, zoals de moderne ongelovige, resp. gelovige mens aanneemt, maar een overgang tot een nieuwe vorm van leven. Men kan in meerdere of mindere mate dood zijn, zoals bv. ouden van dagen. (2) (medisch), toestand van mens of dier, wanneer de verschill...

Lees verder
1939
2021-02-27
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Dood

Kollektionneur van laatste snikken. — Man van de klok; vergeet nooit om je te komen halen. — Gastheer, die je uitgeleide doet. — Maakt levensverzekeringen mogelijk, zowel als pensioenen.

Lees verder
1933
2021-02-27
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Dood

is het ophouden van het leven, dat aan een bepaald individu eigen was. Volgens de Aristotelisch-Thomistische →stof- en vormleer bestaat de dood hierin, dat de vorm, welke een bepaald levend wezen tot dit levend wezen maakte, verdwijnt en in zijn plaats andere vormen komen, die uit den aanleg der eerste stof worden verwerkelijkt. Daar volgens d...

Lees verder