Wat is de betekenis van Donderen?

2022
2022-10-06
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

donderen

1) (19e eeuw) (inf.) gooien, smijten. Syn.: besjoeren*; bonjouren*; donderstenen*; donderstralen*; flatsen*; flikkeren*; flikkerstralen*; jensen (jenzen)*; kankeren*; keutelen*; kieperen*; knikkeren*; kukelen*; kwakken*; lazeren*; lazerstralen*; mieteren*; pleuren*; rotten*; sodeflikkeren*; sodekankeren*; sodekwakken*; sodemirakelen*; tiefen*; tief...

Lees verder
2019
2022-10-06
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

donderen

donderen - Werkwoord 1. (onpr), (meteorologie) het weerklinken van luid gerommel ten gevolge van bliksemontlading Het donderde in de verte. 2. (inerg) op luide en barse toon een bevel geven of zijn ongenoegen uiten "Koppen dicht!" donderde hij....

Lees verder
2018
2022-10-06
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

donderen

donderen - regelmatig werkwoord uitspraak: don-de-ren 1. een dreunend geluid maken in de lucht ♢ eerst kwam de bliksem, toen begon het te donderen 1. kijken alsof je het in Keulen hoort donderen [h...

Lees verder
2017
2022-10-06
Studenten

Jargon & Slang van Studenten

Donderen

Donderen - iemand als groen, noviet behandelen, hem plagen.

2004
2022-10-06
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema

donderen

- te dom/lelijk/stom om te helpen donderen, uitermate dom/lelijk/stom. Z'n handlangertjes Korzel en Kwast zijn te dom om te helpen donderen. - HV, 14-11-2001.

Lees verder
2002
2022-10-06
Aad Struijs

Auteur "Het toppunt van Nederland"

Donderen

Onder de Sterren is de naam van de meest noordelijke wijngaard ter wereld. Omdat de druivenhof en de wijnmakerij voornamelijk zijn opgezet om te onderzoeken welke druivenrassen in de koude, noordelijke streken kunnen groeien, zijn in de 150 vierkante meter grote wijnhof tien verschillende rassen geplant. Want stokken die in Noord-Drenthe goed gedij...

Lees verder
1998
2022-10-06
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Donderen

dat dondert niet dat geeft niet. Informele uitdr. Donderenbet. in de platte spreektaal ‘smijten, gooien’. Het WNT citeert o.a. Kneppelhout en Heijermans. Het dondert allemaal niks! (Simon Vestdijk: De dokter en het lichte meisje, 1979) ... wat dondert mij de hele hoe-heet-het-ook, de ‘misjpogge’ die jammert en treurt. (Theun de Vries: Wieken tege...

Lees verder
1997
2022-10-06
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

donderen

In de provincie Antwerpen komt voor loopt naar de bliksem en helpt donderen! Het is een versterking van loop naar de bliksem! Donder in je graf. is een niet frequente, maar wel een stuitende hedendaagse verwensing. Hoe minder afgesleten een verwensing is, hoe trefzekerder de uitwerking ervan. Iemand toewensen dat hij wat jou betreft i...

Lees verder
1973
2022-10-06
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Donderen

(donderde, heeft gedonderd), I. (onoverg.) 1. het dondert, geraas van de donder doet zich horen, het onweert; (spr.) hij kijkt of hij het in Keulen hoort donderen, hij staat hoogst verbaasd te kijken; 2. als onweer luid weerklinken: het geschut dondert van de wal; met donderend geraas naar beneden komen: de waterval donderde in de afgrond; 3. (f...

Lees verder
1952
2022-10-06
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Donderen

v., tongerje.

1950
2022-10-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Donderen

(donderde, heeft gedonderd), 1. het dondert, geraas van de donder doet zich horen, het onweert; — (spr.) hij kijkt of hij het te Keulen hoort donderen, hij staat hoogst verbaasd te kijken; 2. donder of onweer veroorzaken; — (Zuidn.) te dom, lelijk enz. zijn om te helpen donderen, zeer dom, lelijk zijn; 3. als onweer...

Lees verder
1937
2022-10-06
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

donderen

I. donderde, h. (1), i. (2) gedonderd (1 rommelen van de donder, bij verg. van ander geraas of geluid; 2 [met groot geraas, lawaai] vallen; plat); II. 1. het dondert; de kanonnen donderden; 2. hij donderde van de trap; met hebben: iem. van de trap (af)smijten; nog: iem. kwellen, (vooral groenen) plagen; het dondert niet, komt er niet op aan; w...

Lees verder
1930
2022-10-06
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

donderen

('dondərən) (donderde, gedonderd) I. (heeft) 1. rommelen van de donder : het dondert. 2. een donderend geraas maken : het van het geschut. 3 heftig te keer gaan, uitvaren : tegen een misbruik -. 4. Plat. gooien, smijten : iemand uit zijn huis -. 5. lastig doen, zeuren : lig nu niet te -. 6. Stud. plagen : een groene -. 7. Plat. er op aan...

Lees verder
1911
2022-10-06
pluim

Keur van Nederlansche woordafleidingen

Donderen

van den Idg. wt. ten — zich uitstrekken, in ’t Skr. tan: langgerekte geluiden geven, als klinken, ruischen. In ’t Gr. is tonos zoowel pees of touw, als toon en klemtoon; en ’t Lat. heeft tonus = toon, en tonare voor donderen. Donderen staat feitelijk voor donneren, vgl. ’t Mnl.: ,,God sal donren met sijnen stemme&rdquo...

Lees verder
1908
2022-10-06
Vivat

Schrijver op Ensie

Donderen

Buurt, gem. Vries, Drente.

1898
2022-10-06
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Donderen

DONDEREN, (donderde, heeft gedonderd), geraas van den donder: het dendert; (spr) hij kijkt of hij het te Keulen hoort donderen, hij staat hoogst verbaasd te kijken; — met donderend geraas naar beneden komen; de waterval donderde in den afgrond; het donderen van het geschut; — (Zuidn.) te dom, leelijk enz. zijn om te helpen donderen. ze...

Lees verder
1573
2022-10-06
Etymologicum 1573

Kiliaans Etymologicum Teutonicae Linguae

Donderen

Tonare, intonare. germ: tonderen: gal. tonner: ital. tonare: hisp. tronar: angl. thundre.

Lees verder