Wat is de betekenis van donder?

2022
2022-12-08
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

donder

1) (18e eeuw) (inf.) kerel, vent. Soms ook: kind of vrouw. • Enfin, wat deerde het hem! Zoo een stomme donder. (Israël Querido: De Jordaan: Amsterdamsch epos. Deel 2: Van Nes en Zeedijk. 1914) • Jan Wandelaar, de matroos, had een thuis; stuurman Wandelaar is een arme, bedrogen donder. (Jan de Hartog: Hollands Glorie. 194...

Lees verder
2019
2022-12-08
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

donder

donder - Zelfstandignaamwoord 1. (meteorologie) een zeer luid geluid bij onweer Hij is bang voor donder. 2. (informeel) het lichaam Hij kreeg op z'n donder (hij kreeg straf maar dat hoeft lang niet altijd een lijfstraf te zijn). donder...

Lees verder
2018
2022-12-08
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

donder

donder - zelfstandig naamwoord uitspraak: don-der 1. dreunend geluid in de lucht ♢ eerst zagen we de bliksem, toen kwam de donder Zelfstandig naamwoord: don-der de donder Synoniemen donderslag

Lees verder
2007
2022-12-08
Scheldwoordenboek

Geschreven door Marc de Coster © 2007

donder

betekent eigenlijk ‘lichaam’, maar wordt ook informeel gebruikt voor ‘kerel’: arme, gemene, luie, vuile donder. Donder was vroeger ook een volkse benaming voor de duivel. Vgl. bliksem.Vroeger heeft een arme donder daar nog iets aan verdiend... (Het Volk, 30/04/1912) Ik ben geen luie donder, en ik ben geen held. (Bots, Kreup...

Lees verder
2004
2022-12-08
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

donder

in sommige verbindingen, zoals ‘de donder zal (mag) me halen’, ‘om de donder niet’, ‘naar de donder zijn’ enzovoort staat donder voor duivel. In verwensingen zoals ‘loop naar de donder!’ wenst men iemand eerder zelfvernietiging toe door de donder of het natuurgeweld toegebracht. Zie ook opmerkingen onder bliksems"' en droes*. De donder hale me als...

Lees verder
2000
2022-12-08
Bijgeloof

Lexicon van het Bijgeloof

Donder

‘De donder ontstaat als God de duivel achternazit, hem inhaalt en tegen de grond smijt,’ vertelt Jacob Grimm in zijn Deutschen Mythologie. Een volksgeloof dat wortelt in de verering van Donar of Thor, die bij sommige Germaanse stammen in de godenhiërarchie boven Wodan geplaatst was, een mensvriendelijke huis-, huwelijks- en...

Lees verder
1997
2022-12-08
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

donder

In de Gedichten [1672] van de zeventiende-eeuwse auteur Jacob Westerbaen komt de bastaardvloek bij gans donder ‘bij de donder, het onweer van God’ voor. Als verwensende of nadruk gevende uitroep wordt donder vaak voorafgegaan door wat. Zo lezen wij bij Huygens: “Foey wat donder, Hoe ist hier dus estelt!...

Lees verder
1993
2022-12-08
Peter Timofeeff

Prisma van het Weer

Donder

Rommelend of explosief geluid dat bij onweer te horen is. Het geluid ontstaat door de zeer hoge temperatuur die zich in minder dan één duizendste seconde in de bliksemstraal vormt. De lucht in de onmiddellijke nabijheid van de straal zet door de snelle temperatuurstijging in de bliksemstraal zeer snel uit. Deze uitzetting veroorzaakt een plotseling...

Lees verder
1992
2022-12-08
Symbolen

Hans Biedermann

donder

in vele oude culturen een uiting van de macht van dezelfde hemelse wezens waaraan ook de bliksem wordt toegeschreven. Vergelijk Job 37: 2-5: ‘Hoort, hoort het daveren van zijn stem, de donder die uit zijn mond komt.

1973
2022-12-08
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Donder

m. (-s), 1. dreunend geluid dat met een bliksemslag gepaard gaat; onweer: rollende donder; de donder gromde; als van de donder getroffen, geslagen, geheel verbijsterd; de eerste donder in maart, grijpt de elft bij de staart; er is donder aan de lucht, (fig.) er dreigen onaangenaamheden; 2. in toepassing op geluiden die aan de donder doen denken: d...

Lees verder
1952
2022-12-08
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Donder

s., tonger.

1950
2022-12-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Donder

m. (-s), 1. dreunend geluid dat met een bliksemslag gepaard gaat; (ook) onweder : rollende donder ; de donder gromde ; als van de donder getroffen, geslagen, geheel verbijsterd ; — de eerste donder in Maart, grijpt de elft bij de staart; — er is donder aan de lucht, (fig.) er dreigen onaangenaam...

Lees verder
1949
2022-12-08
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Donder

geluid dat de bliksemflits doorgaans begeleidt, vermoedelijk veroorzaakt door het dichtslaan van gebieden met grote luchtverdunning.

1937
2022-12-08
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

donder

na. -s (dreunend geluid, knal, gerommel, de bliksem vergezellend, volgend; bij verg. van andere geluiden): de — v. het geschut; nog: zegsw. geen — om geven, niets; om de — niet, drommel; wat — is dat! een arme —, bliksem, kerel; wat een gemene —, ploert! hij kreeg geen —, niets; voor de —! zie bliksem...

Lees verder
1933
2022-12-08
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Donder

geluid ontstaan d/h samenvallen der luchtlagen n/h passeeren v/d bliksem en door echowerking.

1933
2022-12-08
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Donder

is het geluid, dat den bliksem begeleidt. De d. van een nabijen bliksem is meestal kortdurend en knallend; die van een verwijderden bliksem, langdurend en bulderend. Hij duurt somtijds ong. 30 sec. op het vlakke land, maar langer in de bergen (echo-verschijnsel). Hij wordt tot op een afstand van 15 km, maar zelden verder gehoord. De d. wordt veroo...

Lees verder
1930
2022-12-08
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

donder

('dondər) m. (-s) I. Eig. dreunend geluid met of na de bliksem : de rollende -; de gromt; als van de geslagen, getroffen, geheel verbijsterd; er is aan de lucht, er dreigen onaangenaamheden. - II. Metf. geluid dat aan de donder doet denken : de van het geschut. III. Metn. 1. duivel: de hale mij...; loop naar de wat is dat! Gez. geen -, ni...

Lees verder
1926
2022-12-08
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Donder

Naast de vele verhevene openbaringen der Goddelijke majesteit in de werken der schepping, is er hoofdzakelijk een, die het zondige menschenoor als een stem Gods met verpletterend geweld aangrijpt — de donder. Hij die aan een levenden God gelooft, stompt dezen indruk niet af door de leer der natuurkunde. Al is de donder te verklaren, hij blijf...

Lees verder
1916
2022-12-08
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Donder

Donder - Het krachtig, rollend geluid, waarmede de electrische ontlading tusschen onweerswolken gepaard gaat en dat zich, wat zijn ontstaan betreft, laat vergelijken met het knetteren der electrische vonken van een electriseermachine, en met den knal bij de ontlading eener Leidsche flesch. Wall. (1708) maakte het eerst op de overeenkomst van den d....

Lees verder
1908
2022-12-08
Vivat

Schrijver op Ensie

Donder

Het krachtig, rollend geluid waarmee de electrische ontlading van onweerswolken gepaard gaat en dat zich, wat zijn ontstaan betreft, vergelijken laat met het knetteren der electrische vonken van een elcctriseer-machine, en met den knal bij de ontlading eener Leidsche flesch. Wall (1708) maakt het eerst op de overeenkomst van den donder met het gelu...

Lees verder