Wat is de betekenis van Doeken?

2019
2022-09-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

doeken

doeken - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord doek

Lees verder
1973
2022-09-26
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Doeken

(doekte, heeft gedoekt), in een doek doen: kaas doeken.

1950
2022-09-26
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Doeken

(doekte, heeft gedoekt), 1. in een doek doen: kaas doeken;een kamer doeken, met behangdoek bekleden; 2. (w. g.) blinddoeken, bedriegen.

Lees verder
1898
2022-09-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Doeken

DOEKEN, (doekte, heeft gedoekt), eene kamer doeken, met behangdoek bekleeden; — een schilderstuk doeken, op nieuw doek overbrengen; vgl. verdoeken; (w. g.) bedriegen, blinddoeken. DOERING, v.

Lees verder
1856
2022-09-26
Jacob van Lennep

Zeemans-woordenboek 1856

Doeken

b.w. - (veroud.) Zeilen aanslaan; op kleine schepen.