Synoniemen van Discipel

2019-10-20

Discipel

Discipel, (lett.) leerling; volgeling, in het bijzonder van Jezus; ook: leerling of aanhanger van een bepaald persoon in het algemeen. In de evangeliën en in het boek Handelingen van de Apostelen worden de volgelingen van Jezus als discipelen aangeduid, zowel in het algemeen, als ter aanduiding van alleen zijn twaalf leerlingen: ‘En Hij riep zijn twaalf discipelen tot Zich en gaf hun macht over onreine geesten om die uit te drijven’ (Matteüs 10:1, NBG-vertaling). Al in het Middelnederlands...

2019-10-20

discipel

discipel - Zelfstandignaamwoord 1. (Bijbels) een leerling van een geestelijk leidsman Jezus verkreeg een aantal van zijn discipelen aan het meer van Tiberias.

2019-10-20

discipel

discipel - zelfstandig naamwoord uitspraak: di-si-pel 1. volgeling en leerling ♢ Jezus had twaalf discipelen Zelfstandig naamwoord: di-si-pel de discipel de discipels

2019-10-20

Discipel

DISCIPEL, m. (-en, -s), leerling, scholier, inz. in toepassing op de jongeren van Christus; (scherts.) mijne discipelen, mijne jongens; zie APOSTEL. DISCIPELIN, v. (-nen), (w. g.)

2019-10-20

discipel

discipel - Te gebruiken voor personen die de leer, denkwijze of het voorbeeld van een leraar of leider leren, accepteren en er zich door laten leiden, bijvoorbeeld de belijdende volgelingen van een religieuze leider of aanhangers van een bepaalde denkwijze.

2019-10-20

discipel

discipel - m. en v. (discipels), leerling, scholier, -ster; volgeling

2019-10-20

discipel

discipel, - m., leerling, scholier, volgeling, aanhanger.

2019-10-20

discipel

m. leerling, scholier; apostel, jongere.