Wat is de betekenis van directeur?

2020
2021-03-02
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

directeur

leider van een organisatie. iemand die zich voor zijn beroep bezighoudt met het leiden van een instelling of onderneming, alleen of samen met andere directeuren; iemand die alleen of samen met andere directeuren de leiding heeft van een bedrijf of organisatie, vaak een school; leider van een instelling of onderneming; manager; leidinggevende...

Lees verder
2019
2021-03-02
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

directeur

directeur - Zelfstandignaamwoord 1. (beroep) de hoogste persoon bij een bedrijf, school, inrichting, onderneming etc. We moesten eerst goedkeuring aan de directeur vragen. 2. een parmantig persoon Mijn neefje was al een echte directeur. Woo...

Lees verder
2018
2021-03-02
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

directeur

directeur - zelfstandig naamwoord uitspraak: di-rec-teur 1. wie aan het hoofd staat van een bedrijf of een school ♢ de directeur heeft hier de leiding Zelfstandig naamwoord: di-rec-teur de directeur ...

Lees verder
1993
2021-03-02
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Directeur

(direkteur) bestuurder

1990
2021-03-02
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

directeur

directeur - Te gebruiken voor de officiële hoofden van organisaties zoals scholen, instituten of overheidsinstellingen of voor personen die een bestuursfunctie in een bedrijf zijn toegewezen. Te onderscheiden van 'managers' die een deel of een project binnen een instituut of bedrijf leiden.

1950
2021-03-02
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Directeur

(Fr.), m. (-en, -s), (titel van) iem. die een inrichting, onderneming enz. bestuurt, een vereniging leidt: directeur van het postkantoor, van de gasfabriek, van een zangvereniging ; directeur van het Kabinet der Koningin ; in ’t bijz. hoofd van een middelbare, vak- of ambachtsschool : directcur(s)-generaal (der Posterijen, bij de Staatsspoorw...

Lees verder
1948
2021-03-02
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

directeur

m. bestuurder, bewindhebber, leider.

1914
2021-03-02
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

directeur

directeur, - m., bestuurder, leider.

1908
2021-03-02
Vivat

Schrijver op Ensie

Directeur

bestuurder, leider, hoofd; directrice, bestuurster, vrouwelijke vorm van directeur Directeur van politie, zie Rijkspolitie; directeur, officieele titel van het hoofd eener strafgevangenis, van een huis van bewaring, een njksopvoedingsgesticht, rijkswerkinrichting; directeur der directe belastingen.

1898
2021-03-02
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Directeur

DIRECTEUR, m. (-en, -s), iem. die eene inrichting bestuurt, eene vereeniging leidt: directeur eener kweekschool, gasfabriek, zangvereeniging; directeur van het Kabinet der Koningin; directeur van Binnenlandsch bestuur, enz. (in Indië); directeur(s)-generaal (der Posterijen, bij de Staatsspoorwegen enz.). DIRECTEURSKAMER, v. (-s); ...WONING, v...

Lees verder
1864
2021-03-02
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

directeur

directeur - m. (directeuren, directeurs), bestuurder; (gesch.) lid van het Directoire in Frankrijk (1795)