Wat is de betekenis van direct?

2019
2021-01-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

direct

direct - Bijvoeglijk naamwoord 1. zonder te wachten, zonder iets daartussen Bij hadden een directe verbinding met de trein en hoefden dus niet over te stappen.</ref> 2. eerlijk, zonder smoesjes, maar soms ook een beetje brutaal Hij gaf hem een eerlijk en ...

Lees verder
2018
2021-01-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

direct

direct - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: di-rect 1. zonder omweg ♢ hij gaat direct van huis naar school 1. hij is heel direct [zegt meteen waar het op staat] 2. d...

Lees verder
1993
2021-01-25
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Direct

(direkt) meteen; rechtstreeks

1950
2021-01-25
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Direct

(<Lat.), I. bn., rechtstreeks: een directe verbinding ; — de directe rede, waarin gesproken woorden letterlijk worden weergegeven; — directe verkiezing, zonder tussentrap ; —de directe belastingen, die rechtstreeks worden geheven (als op huisraad, dienstboden, paarden, inkomsten, vermogens enz.); II. bw., 1. rechtstreeks; 2...

Lees verder
1948
2021-01-25
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

direct

rechtstreeks, onmiddellijk; ~e belastingen, v.mv. belastingen op de grond, de inkomsten enz.

Lees verder
1939
2021-01-25
Vreemde woorden in de wiskunde

Dr. E.J. Dijksterhuis - 1939

Direct

(< Lat. directus] part. perf. van dirigere — in rechte lijn opstellen). Rechtstreeks. Vb. Direct bewijs; hierin wordt de juistheid van het gestelde onmiddellijk bewezen en niet afgeleid uit de onhoudbaarheid van de ontkenning ervan. Ter aanduiding van het behoud van omloopszin gebruikt in:direct congruent, direct gelijkvormig. Men ontmoet...

Lees verder
1914
2021-01-25
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

direct

direct, - rechtstreeks, onmiddellijk; „directe belastingen”: belastingen op hetgeen men bezit; den grond, het inkomen, enz.; „directe handel”; het betrekken der goederen uit de eerste hand; „directe rede”: wijze van spreken, waarbij iemands woorden juist zoo worden weergegeven als zij uitgesproken zijn.

1910
2021-01-25
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Direct

Direct - onmiddellijk, rechtstreeks, zonder omweg, tusschen plaatsen of tusschenpersonen. Directe verbinding door spoor of bootlijnen.

1908
2021-01-25
Vivat

Schrijver op Ensie

Direct

of direkt, onmiddellijk, rechtstreeksch, dadelijk; directe, belastingen: rechtstreeksche belastingen, zoodanige die door degenen op Wie ze drukken direct worden opgebracht, als die op het vermogen en het bedrijf, de personeele en de successie-belasting; directe handel: zoodanige waarbij geen tusschenpersonen optreden, waarbij derhalve de afnemer, d...

Lees verder
1898
2021-01-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Direct

DIRECT, bn. rechtstreeksch; — de directe belastingen, die rechtstreeks worden geheven (als op huisraad, dienstboden, paarden enz.); — bw. terstond, oogenblikkelijk.

Lees verder
1864
2021-01-25
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

direct

direct - bn. rechtstreeksch; de directe belastingen, die rechtstreeks worden geheven (als op huisraad, dienstboden, paarden enz.)