2019-11-22

direct

direct - Bijvoeglijk naamwoord 1. zonder te wachten, zonder iets daartussen Bij hadden een directe verbinding met de trein en hoefden dus niet over te stappen.</ref> 2. eerlijk, zonder smoesjes, maar soms ook een beetje brutaal Hij gaf hem een eerlijk en direct antwoord. direct - Bijwoord 1. zonder te wachten, zonder omweg Toen de dief h...

2019-11-22

direct

direct - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: di-rect 1. zonder omweg ♢ hij gaat direct van huis naar school 1. hij is heel direct [zegt meteen waar het op staat] 2. directe belastingen [die rechtstreeks worden geheven] 3. een directe uitzending

2019-11-22

Direct

DIRECT, bn. rechtstreeksch; — de directe belastingen, die rechtstreeks worden geheven (als op huisraad, dienstboden, paarden enz.); — bw. terstond, oogenblikkelijk.

2019-11-22

Direct

Direct - onmiddellijk, rechtstreeks, zonder omweg, tusschen plaatsen of tusschenpersonen. Directe verbinding door spoor of bootlijnen.

2019-11-22

direct

direct, - rechtstreeks, onmiddellijk; „directe belastingen”: belastingen op hetgeen men bezit; den grond, het inkomen, enz.; „directe handel”; het betrekken der goederen uit de eerste hand; „directe rede”: wijze van spreken, waarbij iemands woorden juist zoo worden weergegeven als zij uitgesproken zijn.

2019-11-22

direct

direct - bn. rechtstreeksch; de directe belastingen, die rechtstreeks worden geheven (als op huisraad, dienstboden, paarden enz.)

2019-11-22

direct

rechtstreeks, onmiddellijk; ~e belastingen, v.mv. belastingen op de grond, de inkomsten enz.