Wat is de betekenis van Dikbek?

2024-07-25
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

dikbek

stuurs, nors, kwaad.

2024-07-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Dikbek

1. m. en v. (-ken), die een dikke bek of mond heeft; 2. m. (-ken), benaming voor de appelvink (Coccothraustes coccothraustes).

2024-07-25
De Kleine Winkler Prins

Winkler Prins (1949)

Dikbek

vogel uit de familie der vinken; korte dikke snavel. Voedt zich vnl. met zaden; kan schadelijk worden door het eten van blad- en bloemknoppen. In ons land komen o.a. voor appelvink*, goudvink*, kruisbek*.

2024-07-25
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Dikbek

m. (-ken), Cocothraustes coccothraustes, ben. voor de appelvink.

2024-07-25
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Dikbek

DIKBEK, m. en v. (-ken), die een dikken bek of mond heeft; ...BEK, m. (-ken), benaming voor den appelvink (coccothraustes coccothraustes); ...BEKKIG, bn.