Wat is de betekenis van dijken?

2024-07-18
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

dijken

dijken - Werkwoord 1. (waterstaat) van dijken voorzien dijken - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord dijk Woordherkomst afgeleid van dijk met het achtervoegsel -en

2024-07-18
Historische collectie Nederland

Rijksdienst voor het cultureel erfgoed (2019)

dijken

Opgeworpen wallichaam, dat het land tegen het buitenwater (zee of rivier) moet beschermen of dat een droge passage door nat gebied mogelijk moet maken. (Thesaurus landschap)

2024-07-18
Nieuwe Groninger Encyclopedie

P. Brood, A.H. Huussen en J. van der Kooi (1999)

Dijken

zie Zeedijken.

2024-07-18
Encyclopedie van de Zaanstreek

Eindredactie Jan Pieter Woudt & Klaas Woudt (1991)

Dijken

Waterwerken, aangelegd om het achterliggende land tegen overstroming te vrijwaren. Zonder (duinen en) dijken is bewoning van grote delen van West-Nederland, waaronder de Zaanstreek, onmogelijk. De Zaanstreek ligt tussen 0,5 meter en 4,5 meter beneden Nieuw Amsterdams Peil (NAP) en zou zonder dijken onder water staan.Er zijn verschillende soorten di...

2024-07-18
Encyclopedie van Zeeland

Kon. Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen (1982)

DIJKEN

Op schor of maaiveld aangebrachte ophogingen van klei, dienst doende als waterkering. Tegenwoordig wordt een dijk meestal opgespoten en onder profiel gebracht met zand, afgedekt met klei en als eerste waterkering in de regel voorzien van een steenglooiing (→ bedijken). Zeeland is een provincie met enige honderden km dijk. Men onderscheidt twee...

2024-07-18
Encyclopedie van het hedendaagse Friesland

Gerben Abma (1976)

DIJKEN

(Fr. Diken) Dorp in Doniawerstal, ten z.w. van Langweer. Klokhuis op begraafplaats, waarop tevens enkele grafzerken.Bevolking: (1954) 83; (1959) 79; (1964) 72; (1969) 70; (1974) 64.

2024-07-18
Encyclopedie van Friesland

Prof. Dr. J.H. Brouwer (1958)

DIJKEN

(Fr.: Diken). Dorp in Doniawerstal (81 inw.) Z.W. tegen Langweer aan de Koevorde, streekdorp van minderend aantal boerderijen. In 1787 werden reeds vele ledige huisplaatsen vermeld. Toen was ook de kerk al gesloopt. Er staat nu een klokhuis waarbij enkele zerken van de familie Van Solckama, die hier een stins bezat. Na W.O. II is het ten westen v...

2024-07-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Dijken

(dijkte, heeft gedijkt), 1. bedijken ; 2. een dijk of dijken maken ; 3. (gew.) zoden, turf dijken, in lange rijen opstapelen ; — vgl. aan-, af-, indijken.

Wil je toegang tot alle 11 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-07-18
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

dijken

('dijkən) (dijkte,heeft gedijkt) bedijken.