2019-10-15

deur

deur - Zelfstandignaamwoord 1. (bouwkunde) een afsluiting van een toegang tot een ruimte, gemaakt van hout, metaal of kunststof     ♢ De deur werd met een koevoet uit zijn sponningen gelicht. Woordherkomst Afkomstig van het Middelnederlandse dore, dure, doere, Oudnederfrankische duri Uitdrukkingen en gezegden     ♦ bij iemand de deur plat lopen         heel vaak...

2019-10-15

Deur

Aan iemands deur voorbijgaan, iemand niet treffen, gezegd van onheil en ziekten die algemeen rondgaan. Toen het joodse volk nog zuchtte onder het juk van de Egyptische slavernij werd het feest van het Pascha ingesteld. Een van de voorschriften was, dat men zijn deurpost rood maakte met het bloed van het geslachte vee. Als de Heer dan Egypte doortrok om de Egyptenaren met rampen te slaan en ze zo te dwingen het joodse volk te laten gaan, wist Hij waar er joden woonden, en zou hij aan hun deur voo...

2019-10-15

Deur

Deur - 'de deur dichtdoen, dichtklappen': zo naar de kant uitwijken dat een achtervolgend renner niet kan passeren en zelfs genoodzaakt is om te remmen. Dit soort manoeuvres gebeurt meestal tijdens de sprint. Vgl. Fr. bordurer, tasser; Eng. to box someone in; Fr. être dans la boîte = zich bij een sprint laten insluiten; Eng. in a pocket. 'De deur dichthouden': een tegenstander beletten te passeren door naar links of rechts uit te wijken. 'Een open deur': een ontsnappingsmogelijkheid; Fr. une b...

2019-10-15

deur

deur - zelfstandig naamwoord 1. schot waardoor je in een huis of in een ruimte komt ♢ doe de deur achter je dicht! 1. zo gek als een deur [heel erg gek] 2. ze is net de deur uit [net weg] 3. dat is niet naast de deur [dat i...

2019-10-15

Deur

(samen) door één - kunnen in staat zijn om compromissen te sluiten. Gezegd van personen die een meningsverschil hebben, maar desondanks geen ruzie maken. Modieuze uitdr. uit de politieke wereld. Jaren negentig. Zie ook daar is het gaf van de deur!; zo link als een looien deur (alleen niet zo zwaar).

2019-10-15

Deur

DEUR, v. (-en), door draaien of schuiven beweegbaar verticaal deel, toegang gevende tot een huis, vertrek, kast enz. door de deur binnenkomen; de deur uitgaan: de deur openen, sluiten, toedoen; den ketting, den grendel op de deur doen; — dubbele deur, met twee naast elkaar gelegen beweegbare deelen; — gebroken deur, met twee boven elkaar gelegen beweegbare deelen; (ook) alleen het beweegbare gedeelte de deur uit hare hengsels lichten; — met de deuren gooien, ze toesmijten (in verbeten woed...

2019-10-15

deur

niet samen door één deur kunnen, elkaar niet kunnen uitstaan; voortdurend ruzie maken; compromissen moeten maken. Deze uitdrukking werd in de loop van de jaren negentig van de twintigste eeuw erg populair. Vooral in politieke kringen is dit een cliché geworden. Het komt minder hard over dan wanneer je zegt dat er voortdurend gebakkeleid wordt. Burgemeester Van Hall en hoofdcommissaris Van der Molen kunnen niet meer door één deur? Vrij Nederland, 28-02-98 Peper versleet in Rotterdam...

2019-10-15

Deur

Deur - dient om een muur- of wandopening, bestemd als doorgang, te kunnen afsluiten. In den huizenbouw worden d. in allerlei uitvoeringen in verschillende houtsoorten aangetroffen. Buitendeuren zijn meestal draaideuren, binnendeuren dikwijls schuifdeuren. Draaideuren sluiten als regel beter af dan schuifdeuren, die evenwel in geopenden stand minder ruimte innemen, daar zij langs of in den wand worden geschoven. In bepaalde gevallen b.v. als tochtdeuren worden draaideuren toegepast, die naar beid...