Wat is de betekenis van destijds?

2019
2021-12-05
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

destijds

destijds - Bijwoord 1. in die tijd     ♢ - Destijds was ik nog een klein jongetje.     ♢ - Toen hij de overeenkomst las, viel hem op dat hij voortaan moest zwijgen over de kwestie. In het stuk stond dat „beide partijen ten opzichten van derden geheimhouding betrachten over de in...

Lees verder
2018
2021-12-05
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

destijds

destijds - bijwoord uitspraak: des-tijds 1. tijdstip in het verleden ♢ hij heeft me destijds gewaarschuwd Bijwoord: des-tijds Synoniemen toentertijd Tegenstellingen momenteel, nu, tegenwoordig, thans

Lees verder
1973
2021-12-05
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Destijds

bw. van tijd, in die tijd.

1952
2021-12-05
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Destijds

adv., destiids, doedestiids, dytiids.

1950
2021-12-05
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Destijds

bw. v. tijd, in die tijd; vgl. indertijd.

1937
2021-12-05
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

destijds

bw. (te dien tijde); - heeft betrekking op een bepaalde, vroegere tijd: ik was in Berlijn in 1914, - waren er geen autobussen; maar: indertijd (een onbepaalde vroegere tijd) reisde men met de diligence; ook: -tijds'.

1898
2021-12-05
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Destijds

DESTIJDS, bw. (v. tijd), in dien tijd; vgl. indertijd.

Gerelateerde zoekopdrachten