2020-04-06

derde been

mannelijk lid. Reeds in de zeventiende eeuw, mogelijk zelfs ouder. Het beeld is gebaseerd op de gedachte van een aanvullend lid. Vaak als tedere benaming voor het lid3' van de spreker. Vgl. Duits: ‘drittes Bein’; Frans: ‘la jambe du milieu’; Engels: ‘third leg; middle leg’. Vier zijn sij bedelvrij; en wee hun, tuymelt hij; Met een gewinnen sij den Aelmoeskorf op zij, Dien doode lans verdienst van allen minst doet swellen; Noch wenschen sij maer half dat hij het moght vertellen, Verlegen met...

2020-04-06

derde been

derde been - mann. lid (vgl. vlees zonder beentjes, vinger zonder nagel). Maer ‘t speet hem om sijn derde been: dat hy soo onverrichter saken In ‘t doncker moest een glippen maken (er van door moeten), s. v. rusting, Werken 1, 10 [1712]. (Hij) haalde zijn derde been te voorschijn..., Sch. P. 92 [1970].